Bruggen

Vlottenbouwen is een leuke bezigheid, maar als je meerdere keren over het water moet om mensen of goederen over te zetten, dan is dat een tijdrovende klus. Bovendien is in een rivier de stroomsnelheid al snel te hoog om met vlotten te werken. Je kunt dan overwegen om een brug te bouwen. Je kunt dan denken aan verschillende modellen:

Kabelbanen, die van oever tot oever worden gespannen. Soms worden de touwen vervangen door staalkabels (kabelbruggen). Dit model is erg geschikt om grotere afstanden te overbruggen, die het gebruik van een ander model onmogelijk maken. Kabelbanen worden bij scouting veel gemaakt, omdat ze relatief makkelijk zijn om te bouwen, niet erg tijdrovend zijn en erg leuk zijn om te gebruiken.

Drijvende bruggen, waarvan de onderdelen op het water drijven zoals vlotbruggen, kano- of schipbruggen.

Oeverbruggen: bruggen die hun eninge steunpunten op de oevers hebben.

Schraag- of jukbruggen: bruggen die ondersteund worden door palen, schragen of jukken, die op het drooge gepionierd worden en daarna in de rivierbedding worden vastegemeerd worden. Wanneer schraag of juk worden vervangen door metselwerk of betonconstructies heet het een pijlerbrug.

Hangbrug: bruggen waarvan de steunpunten zich op de oevers bevinden en waarvan het gehele gewicht aan een zwaartepunt boven het water hangt.

 

Veiligheidsmaatregelen

Als je een brug boven stromend water gaat maken, moet je rekening hoeden met eventuele drenkelingen of afdrijvend materiaal. om die redenen moet je op de volgende zaken letten:

  1. Zorg dat je een (roei)boot of vlot klaar hebt liggen om hier en daar hult te bieden. Wanneer er onder de brug moet worden geholpen kun je het waarschijnlijk niet met zwemmers af.
  2. Natuurlijk kunnen de bouwers zwemmen. Voor de zekerheid zorg je dat een ervaren zwemmer klaar staat om drenkelingen en materiaal uit het water op te vissen.
  3. Bovendien kan een reddingslijn met vaste lus of reddingsboei handig zijn. Afhankelijk van de situatie zou je ook kunnen overwegen om stroomafwaarts een touw of net kunnen spannen dat mens en materiaal opvangt.

De brugas

Voordat je met het bouwen van een brug begint zul je de brugas moeten bepalen b.v. door het op beide oevers aanbrengen van merktekens zodat de denkbeeldige lijn die deze punten verbindt de brugas vormt.
Het niet te onderschatten belang van deze as zal je het best ondervinden wanneer bijvoorbeeld een schraag geheel of gedeeltelijk buiten de brugas opgesteld wordt. Bij de minste aanspanning van de brug zal die schraag omkantelen met alle onaangename gevolgen van dien.
Het is dus erg belangrijk dat de leiders van de bouwactiviteit er op letten dat de houvasten, schragen, de brug enz. in een rechte lijn, op de brugas liggen.

Het vastleggen van het brugdek

Als je een brugdek maakt van een serie kleine paaltjes kun je de volgende methodes gebruiken (zie tekeningen):

  1. Leg een lus onder de loper en steek het dwarsbalkje door de lus aan beide kanten van de loper en boven de loper (zie tekening 1). Je kunt ook het dwarspaaltje op de loper leggen en met een bol touw de hier boven beschreven weg volgen.
  2. Ga met het touw over de dwarspaal, schuin terug onder de loper en tenslotte over het touw onder het dwarspaaltje naar het volgende dwarspaaltje.
  3. Leg meerdere gewone knopen op regelmatige afstand van elkaar onder de loper en steek er dan telkens een dwarspaaltje door. Je kunt natuurlijk de paaltjes ook een voor een neerleggen en de beschreven weg met touw afleggen zonder eerst de knopen te maken.
  4. Wanneer de dekbalkjes naast elkaar liggen kun je ze vastleggen door met het touw afwisselend aan de binnenkant en aan de buitenkant over een paaltje te gaan en telkens langs en onder de loper naar het volgende dwarsbalkje te gaan. Bij de tweede loper zorg je ervoor dat je precies de tegenovergestelde bewegingen maakt. Daarna schuif je de balkjes goed tegen elkaar.
  5. Je kunt methode 4 ook uitwerken door voor elke loper twee touwen te gebruiken die aan tegenovergestelde uiteinden beginnen en elkaar telkens onder de loper kruisen.
  6. Leg in het touw een reeks achtvormige knopen en werk er de dwarspaaltjes door zoals op tekening 6.
  7. Breng het touw over de dwarsbalk aan de buitenkant van de loper. Kruis het onder de loper, breng het vervolgens over de vloerbalk aan de binnenkant van de loper en ga dan naar het volgende balkje om hetzelfde te herhalen.
  8. Het brugdek kan ook simpelweg bestaan uit een ladder waarvan de sporten met kruissjorringen op de lopers vastgesjord worden. Voor gewone voetgangers is dit voldoende, voorals als er weinig pionierhout beschikbaar is. Als je op de sporten van de ladder één of meer planken bevestigd kun je met een kruiwagen over de brug.
  9. Het brugdek kan ook worden vastgelgd door middel van opsluitribben (een tweede loper boven het brugdek) die dan met sjorringen (zie knopenrubriek) aan elkaar worden gemaakt.
  10. Leg om te beginnen een timmersteek op de loper, breng het touw dan over de dwarspaal, onder de loper, maak een halve steek. Breng het touw weer aan de andere kant over de dekplank, onder de loper om weer een halve steek te leggen enz. Eindig met twee in plaats van één halve steek

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen

Een manier om het brugdek vast te leggen


Het vastzetten van de lopers

De lopers worden het best met sjorringen vastgemaakt op een blok hout dat zelf ook weer rust op een paar rondhouten en verder vastgeankerd wordt met piketten.


Een derde loper

Om het draagvermogen van een brug te verhogen neemt men dikwijls zijn toevlucht tot een derde (midden) loper, vooral wanneer het materiaal voor het brugdek een te grote buigbaarheid heeft.

Gewelfde lopers

Alle bruggen zouden het liefst gewelfd worden d.w.z. zó gepionierd dat het middelpunt van de brug hoger ligt dan de beide oevers of steunpunten. Deze welving moet niet erg groot zijn: 3 à 5 cm klimming per loopende meter is voldoende.

 

Kabelbaanmodel

Onder kabelbanen rekenen we de modellen waarbij de enige steunpunten op beide oevers liggen en het essentiele gedeelte van de touw- of kabelwerk is.

Kabelbaan 1

Het eenvoudigste model is een soort liaan zoals je die ook kent uit de Tarzanfilms. Als er een stevige tak boven het water hangt kun je daar een touw aan bevestigen. Aan dit touw slinger je van de ene oever naar de andere. Het touw moet lang genoeg zijn om om de tak te gaan en weer terug te komen bij de oever. Knoop beide einden aan elkaar of gebruik een lus om het touw vast te maken. Als je deze methode gebruikt om op een tocht een rivier over te steken (in plaats van een spelletje slootjespringen) kan je meestan het beste het touw gewoon vastknopen, zodat je aan de overkant gekomen het touw nog los kunt maken. Zorg dat je het touw aan een stevige tak vast maakt zodat je een aanloop kunt nemen. Gebruik dik touw, dun touw is moeilijk vast te grijpen en de deelnemers zullen anders hun handen schroeien. Bij gebrek aan dik touw kun je ook een stok tussen twee touwen hangen en een soort schommel maken. De tak waar je de touwen aan vast maakt moet zich hier dan wel voor lenen. Dit model kabelbaan is erg makkelijk en snel te bouwen, maar je moet dan ook niet bang zijn voor een nat pak.

Kabelbaan 2

Wanneer we een last van punt A naar punt B trekken, kun je een kabel tussen beide punten spannen en over deze kabel een blok laten lopen, waaraan de last hangt. Als de lading van een laag naar een hoger punt moet, dan maak je een touw vast aan het oog van het blok zodat je de lading voort kan trekken. Als beide kanten in hoogte aan elkaar gelijk zijn, bevestig je aanbeide kanten een trektouw, zodat je het blok heen en weer kunt halen.

Kabelbaan 3

Deze brug (ik geloof ook wel indianenbrug genoemd) bestaat uit twee touwen, boven elkaar gespannen, met daartussen genoeg ruimte om iemand in te laten staan. Als je deze brug gebruikt om tijdens een toch een rivier over te steken, dan kun je als volgt te werk gaan: aan een van de uiteinden van een touw bevestig je een klein balkje of piketpaaltje. Je houdt het touw nu zo vast dat het alle ruimte heeft om af te rollen en zo werp je het uiteinde met het balkje naar de overkant van het wat op een punt waarvan je denkt dat het paaltje stevig zal blijven hangen. Dat kan in een gespleten stam van een boom zijn, of in stevig kreupelhout. Geef nu een ruk aan het touw, als het blijft zitten doe je het zelfde met het tweede touw (op een ander punt), zo niet dan doe je alles opnieuw. Vervolgens zorg je dat de touwen aan jouw kant van de rivier ook ergens aan vast zitten. Nu gaat er één persoon over de brug naar de overkant. Dit kan buikschuivend, maar je kunt ook proberen te staan op het ene touw en te steunen op het andere. Als er meer mensen over de brug moeten dan zorgt de eerste die over is ervoor dat de touwen nu goed vast worden gezet. (zie tekening)

Een brug van kabelbaanmodel 3
Klik op de tekening voor een grotere versie.

 

 

Kabelbaan 4

Dit model is alleen te gebruiken voor smalle beken. Je hebt het vogende nodig:

2 schragen
3 lange touwen
2 houvasten (zie rubriek Blokken, houvasten en ladders)
2 touwen voor de leuningen
1 eind touw om de 3 lange touwen samen te binden

Bouw eerst de twee schragen (zie tekening) en maak dan op beide oevers de houvasten klaar. Verbind met een lang touw beide houvasten op zo'n manier dat dit touw de brugas volgt. Bevestig de twee andere touwen aan de houvasten op één van de oevers, werp er een slag mee rond het draagkussen op één van de hoeken van schraag A en een slag op het draagkussen in de tegengestelde hoek van schraag B om het touw vervolgens te verankeren aan de houvast op de andere oever. Deze twee lange touwen kruizen elkaar dus in het midden.
Gebruik nu het vierde stuk touw om de drie lange touwen in het midden samen te binden. Hierdoor zullen ze flink opgespannen worden omdat het rechte touw een stuk lager hing dan de gekruiste touwen. Nu alleen nog een paar leuningen erbij knopen en je hebt een eenvoudige brug. Zo nodig kunnen een paar tuitouwen de schragen rechtop houden.

Kabelbaan 4 klik om een grotere versie te zien
Klik op de tekening voor een grotere versie.

Zweefbrug

Dit is de eerste, heel wat veiliger kabelbrug. Het kost hoogstens drie kwartier werk om hem te bouwen, en je hoeft geen halsbrekende toeren uit te halen om er overheen te gaan. Het model lijkt op de kabelbaan 3. In plaats van twee lange touwen, wordt er één stevig touw over het water gespannen waarop een blok loopt met daaronder een zitje of een klein dwarsbalkje. Aan beide oevers moet de constructie worden verankerd met een 3-2-1-houvast. Aan het oog van het blok maak je een touw vast zodat je het zitje steeds weer terug kan trekken naar de vertrekoever.
Bij een kabelbaan als deze is het nodig om het touw op spanning te houden, hiervoor gebruik je een stel blokken (1 enkel en 1 dubbel katrol). Op de tekening hieronder zie je hoe je dit doet.
Omdat er flink aan het touw wordt getrokken kun je het beste een jute zak o.i.d. tussen het touw en de boom doen. Op die manier beschadig je de schors van de boom niet zo erg als zonder steun.

 

De V-brug

Een brug die niet al te moeilijk is om te maken. Je moet wel een goed evenwichtsgevoel hebben om droog de overkant te halen en soms ook een sterke maag. Maar als deze brug goed afgespannen wordt is dat alles geen enkel probleem. De brug zelf bestaat uit drie touwen: één om op te staan en twee om je aan vast te houden. Deze drie touwen zijn onderling verbonden door twee zig-zaggende touwen (zie tekening).
Je hebt het volgende nodig:

1 lang touw: 20 à 25 mm dik, 15 meter langer dan de te overbruggen afstand.
2 lange touwen: 10 à 12 mm dik, even lang als het andere (bovengenoemde) touw
4 palen: 3 meter lang en 10 cm dik
6 piketten: 10 cm dik en ten minste 1 meter lang
4 touwen van 8 meter lang
(breedte brug in meters:1,25) x touwen van 2,50 meter
4 gewone haringen
Touw voor 3-2-1-houvast (zie rubriek Blokken, houvasten en ladders)
6 normale touwen
1 8 mm touw voor takelingen
2 (jute) zakken
schop
hamer

N.B. We gaan er hier van uit dat er op een oever een boom beschikbaar is. Zo niet dan moet je een extra 3-2-1-houvast maken.

De pioniers delen zich in twee ploegen. Eén ploeg maakt de schragen en houvasten, terwijl de andere ploeg zich met het touwwerk bezighoud.
Op beide oevers worden de kuiltjes voor de schragen gegraven (+/- 30 cm diep). Elke schraag wordt gemaakt door twee 3 meter lange balken met een kruis- of vorksjorringen op 1,25 meter van de toppen, onder een hoek van 60 graden, aan elkaar vast te maken. De schragen moeten altijd, ook tijdens het gebruik van de brug overhellen naar de houvast. Achter de schragen komen (op een niet al te korte afstand) de houvasten).
Met een tussenruimte van 1 tot 1,25 meter worden de drie lange touwen aan elkaar verbonden door het dunnere touw d.m.v. mastworpen (soms worden ook andere knopen/steken gebruikt). De afstand van het loopkoord tot leuningen wordt geleidelijk opgevoerd van 1 meter tot 1,25 meter.Aan één van de uiteinden van de drie lange touwen wordt een dunner touw vastgemaakt met daaraan een gewicht zoals een steen of balkje. Die gooi je naar de overkant van het water zodat je de gehele touwconstructie over het water kunt spannen zonder dat het touw helemaal nat is. Natuurlijk probeer je het balkje bij grote rivieren niet uit de lucht te koppen, maar wacht je tot het projectiel de grond heeft geraakt.
De leuningen van de brug worden 1,25 meter boven de sjorring vastgemaakt aan de armen van de schraag. Voordat er iemand over de brug gaat controleer je nog even alle sjorringen en houvasten en dan heb je een vrij stevige brug!

Een V-brug, klik op de foto om de grotere versie met meer uitleg te zien

Oeverbruggen

Als je over een beek heen moet die niet al te breed is, kun je gewoon twee palen over het water leggen, ze vastzetten en er het brugdek op vastzetten. Dit is een snelle manier om op je kampterrein niet steeds om te hoeven lopen om aan de andere kant van dat kleine greppeltje te komen. Als de palen niet al te stevig zijn, dan kun je ze ondersteunen door een paar palen in het midden van de beek/greppel te slaan en de dwarsbalken hier op te laten rusten of ze er aan vast te sjorren. Als de beek te breed is dan kun je de brug pionieren die je rechts op de tekening ziet. Een oeverbruk. Klik hier om een grotere versie te zien

Hangbruggen

Hangbruggen zijn vaak mooi om te zien en ze bieden een nieuwe uitdaging voor de pionier. Het nadeel is wel dat ze meestal een grote hoeveelheid hout vragen. We zullen je schetsen laten zien van een aantal modellen, en die hier en daar toelichten.

 
Je zet de schragen in gaten in de oever en laat ze met tuitouwen voorzichtig naar elkaar zakken, zodat schraag A in schraag B valt en het dwarspaaltje van schraag A op C rust. Twee waaghalzen klimmen nu langs de schragen omhoog en binden de schragen aan elkaar. Nu wordt in de vork paal D gelegd en vastgemaakt, waaraan het raam zal hangen. Op dit raam rust de rest van de brug. Een paar touwen worden aan balk D bevestigd. Aan die touwen hangt het brugdek.

Nog een aantal modellen hangbruggen

 

Drijvende bruggen

Drijvende bruggen die vooral gebruikt worden wanneer de stroomsnelheid het maken van schraagbruggen uitsluit en de te overbruggen breedte te groot is om hangbruggen of kabelbanen te pionieren, bestaan uit een aaneenschakeling van vlotten die, om onder inwerking van de stroming niet af te drijven, stevig moet worden vastgeankerd in de rivierbedding of op de oevers. Het spreekt voor zich dat ook roeiboten en sloepen kunnen worden gebruikt bij de constructie van drijvende bruggen, maar dit vereist wel een grote hoeveelheid materiaal en mankracht. Uit onze rubriek vlotten kun je de informatie halen die je nodig hebt om een vlot te bouwen.

 

 

Schraagbruggen

Deze vaste bruggen vragen heel wat meer voorbereidingen, berekeningen en zorg dan de andere tot nu toe beschreven modellen. Het gaat hier toch eigenlijk om het zwaar geschut tussen de bruggen, en je zult deze modellen dan doorgaans ook niet binnen een uurtje bouwen. De brug wordt in zijn geheel gepionierd, en het is daardoor een goede oefening voor alle geleerde technieken.

De schraag

De constructie van de schraag is nu erg belangrijk, aangezien de schragen en gehele gewicht van de brug zullen dragen en bovendien ook nog eens bloot staan aan de inwerking van de stroming en de grillen van de bodem. Een schraag bestaat uit benen, schoren, draagkussen en slikbalk (hoog genoeg gesjord om niet mee te zakken in de modder). Op de schets is aangegeven welke sjorringen je gebruikt. De zwaarte van het te gebruiken materiaal zal natuurlijk afhangen van het draagvermogen dat je aan de brug wilt geven. Een paar handige ezelsbruggetjes:
Draagkussen (diameter): 25 cm voor een 3,5 meter breede rivier en 2 cm meer per extra meter.
Benen (diameter): minimaal 15 cm. Dat is genoeg voor een 3 meter hoge schaag. Voor elke meter meer tel je 5 cm bij de diameter op.

De benen hebben een helling van 1 op 6 tot 1 op 10. Om de schraag te maken leg je eerst de benen op de gewenste afstand en hierop het draagkussen en de slikbalk (aan dezelfde kant!). Let nu op de tekening hoe de schoren worden gelegd. Drie van de uiteinden liggen aan de andere kant van de benen als de slikbalk en draagkussen. Een van de uiteinde ligt aan de andere kant (het maakt niet uit welk uiteinde).
De uiteinden van de benen, die boven het draagkussen uitsteken mogen langer zijn dan op de schets. Op die manier zou je nog een constructie aan dit gedeelte kunnen bevestigen. Op de tekening is al aangegeven welke sjorringen je gebruikt. De slikbalk moet hoog genoeg worden gesjord om niet mee in de modder van de rivier te zakken.
Het draagkussen zal in de meeste gevallen slechts opgesjord worden wanneer de schraag opgesteld is omdat je moeilijk van tevoren in kunt schatten hoe diep de schraag in de modderlaag zal zakken.

Het opzetten van een schraag

De eerste schraag wordt met de slikbalk evenwijdig aan de oever gelegd. Twee palen maak je vast aan het draagkussen (aan de binnenkant van de benen) en twee ankeringstouwen (zo lang als de schraag hoog is + twee keer de afstand schraag-oever) gaan rond de slikbalk (zie tekening). Door de schraag langzaam te laten zaken breng je hem op zijn plaats. Zorg dat de benen stevig in de bodem staan. Zoals je op de tekening zit kun je dan al een stukje van de oever af bouwen zodat je de tweede schraag kan gaan plaatsen. Het op zijn plaats brengen van de tweede schraag is wat lastiger dan de eerste schraag. Je kunt dit als volgt doen. Je neemt twee lang dunne palen. Beide palen zet je vast op het draagkussen. Je zet nu de slikbalk van de tweede schraag op de twee palen en laat hem over die twee palen naar zijn goede positie glijden.
Je kunt het draagvermogen vergroten door dubbele schragen te bouwen. Op de tekening rechts zie je hoe je dat doet. Sjor eerst de benen AB en CD. Zet zet aan de onderkant op een afstand van 2 meter van elkaar. Om deze afstand vast te houden pionier je op 30 cm van de grond een dwarsbalk. Ook bovenin zet je een dwarsbalk. Aan beide kanten bevestig je nu een kruis om het geheel te verstevigen.

Klik om een grotere versie te zien

Klik om een grotere versie te zien

De schraagbrug

Het eerste model ziet er als volgt uit: een ladder of loopplank leidt naar het brugdek dat rust op schragen in het water. Aan één van de kanten van de brug kun je een leuning maken. Dit is een simpel model, hoewel het maken van het brugdek enige tijd kan kosten. Het is een mooie oefening in het maken van schraagbruggen. Het is aan te bevelen voor de stabiliteit om de schragen onderling te verbinden.

Klik om een grotere versie te zien

De dubbele schraagbrug

Pionier de dubbele schraag op het droge, laat ze dan voorzichtig langs twee palen in het water glijden. Let goed op dat de schraag niet kapseist. Zet de schragen goed vast. Soms moet je daarvoor de basis van de schragen verzwaren. Zorg er voor dat de draagkussens boven de oevers uitsteken. De lopers leg je vanaf beide oevers op de draagkussens, en vervolgens zet je het brugdek er in. Dit is een van de sterkste bruggen, maar het kost veel tijd en materiaal om te bouwen.



De haakbrug

Als je een brug moet maken over een ravijn of rivier met erg hoge oevers, dan heeft het natuurlijk weinig zin om hele hoge schragen te maken. Je kunt dan beter een kabelbaan of hangbrug maken. Je kunt echter ook overwegen om een haakbrug te bouwen. Je bouwt twee schragen, zet ze met hun benen in de oever en laat ze boven het midden van de rivier in elkaar haken. (zie tekening).


Dubbele haakbrug

Als de afstand groter is dan je met een haakbrug kunt overbruggen, kun je een dubbele haakbrug bouwen door scheidingspalen tussen de twee schragen in te knopen. Je houd met touwen de schragen op de gewenste positie en vervolgens knoop je de scheidingspalen er tussenin.

 

Klik hier om een grotere versie te zien

Nou, dat was het voorlopig wat bruggen betreft. Mocht je enthousiast zijn geworden, dan wens ik je veel succes met het bouwen. Ik zou het leuk vinden als je eens een foto mailt (graag niet groter dan 1 mb) van je bouwwerk.

 

 

 
 

Heb je iets toe te voegen aan deze tekst, of wil jij zelf een artikel insturen, mail dan naar scoutfiles@scoutquest.com