In Alaska

In Alska, in Alaska
Spoelen de vrouwen met levertraan de was na,
Ja,ja, ja, ja, spoelen de vrouwen met levertraan de was na,

In Jamaica, In Jamaica
Speelde een nijlpaard op zijn balalaika
Ja,Ja Ja ja, Speelde een nijlpaard op zijn balalaika

In de jungle, In de jungle
Houden we niet van eindeloos geklungel
Ja,Ja Ja ja, Houden we niet van eindeloos geklungel
 

Als het eens regent

Aangemeld door: Joyce Gerretsen, scouting groep Menod Rotterdam

Als het eens regent en je de zon niet ziet
Kun je er tegen, 't hindert je geen biet
Laat maar sauzen, ja,
ha, ha, ha, ha, ha, ha,
want wat er vandaag valt, valt morgen niet!

't tikt op je tentzeil, grappig geluid is dat.
't maakt je dekens lekker niet nat.
Laat maar lekker sauzen, ja,
ha, ha, ha, ha, ha, ha,
't geeft moeder aarde lekker een bad!

't Sist in je kookvuur. dooft er je vlam niet uit,
enkel wat vonken zijn er je buit.
Laat het maar sauzen, ja,
ha, ha, ha, ha, ha, ha,
heeft niet de regen zon tot besluit?

 

Baloe de bruine beer

Ik ben Baloe, de bruine beer, Baloe de dikke bruine beer.
Ik vind het berenleven niet zo kwaad.
Want heus zo'n dikke bruine beer,
zo'n hele dikke bruine beer,
die weet wel waar het honingpotje staat.
De bijen die zoemen er lustig op los,
zij zoeken de honing voor mij in het bos.
Zij zorgen vlug voor mijn ontbijt
daarvoor neem ik mij rustig tijd.
Dan waggel ik naar de waterbron
en rust wat in de ochtendzon.
Zo'n leven dat is goed,
Baloe de bruine beer
die weet wel wat hij doet
en hoe het moet !

Ik ben Baloe, de bruine beer, Baloe de dikke bruine beer.
Ik vind het leven werkelijk beregoed.
Want heus zo'n dikke bruine beer,
zo'n hele dikke bruine beer,
die houdt van heel veel eten, lekker zoet.

Ik ben onder de dieren een klasse apart.
Ik houd niet van werken, ik denk aan mijn hart.
En als ik soms een keertje gaap
denk ik al aan mijn winterslaap. m'n zachte bed waar ik heerlijk droom.
Baloe de bruine beer
die weet wel wat hij doet
en hoe het moet!
 

Een bord met spaghetti

met dank aan Marc Montagne

Een bord met spaghetti,
En daar bovenop,
Daar lag een gehaktbal,
Maar oh wat een strop.

Want toen ik moest niezen,
Voor ik hem verslond,
Vloog hij door de luchtdruk,
Pardoes op de grond.

Hij rolde steeds verder,
De grond die liep schuin,
Hij rolde de deur door,
Pardoes in de tuin.

Ik kroop op mijn knieën,
Door struiken en gras,
Maar ‘k zag geen gehaktbal,
‘K wist niet waar ‘ie was.

Maar zeven jaar later,
Zag ik in de tuin,
Een grote gehaktboom,
Met een bal in zijn kruin.

Eet rustig spaghetti,
Maar wil je geen last,
Houd als je moet niezen,
Je gehaktbal dan vast.

 

Catootje

Ik ben met Catootje naar de botermarkt geweest
En zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou

En ze maakte van boter een dominee
Een dominee pardoes
In de kerk, in de kerk, zei de dominee
In de kerk, in de kerk, zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee (3x)

  • Wafelvrouw - kom maar binnen
  • Toverheks - 'k zal je pakken
  • Kastelein - eerst betalen
  • Barones - in de suite
  • Ouwe heer - heel voorzichtig
  • Dikke meid - lekker zoenen
  • Lichtmatroos - mooie benen
 

De dronken zeeman

Wat zullen we doen met de dronken zeeman?
's Morgens in de vroegte.

refrein:
Hela en hup, daar gaat ie
Hela en hup, daar gaat ie
Hela en hup, daar gaat ie
's Morgens in de vroegte.

  • Stop 'm met z'n kop in een emmer water.
  • Gooi 'm overboord dan kan ie zwemmen.
  • Hang 'm aan de mast om uit te waaien.
  • Roep de kapitein die zal hem leren.
  • Stop hem in zijn bed om uit te slapen.
  • Dat zullen we doen met de dronken zeeman
 

Drie schuintamboers

Drie schuintamboers die kwamen uit het oosten,
Drie schuintamboers die kwamen uit het oosten,

Refrein:
van rom-bom, wat maal ik erom,
Die kwamen uit het oosten rom-bom.

  • Één van de drie zag daar een aardig meisje
  • Zeg meisje lief mag ik met jou verkeren?
  • Zeg jongeman, dat moet je vader vragen.
  • Zeg oude heer, mag ik jouw dochter trouwen?
  • Want zij is mij de schoonste aller vrouwen.
  • Zeg jongeman, zeg mij wat is jou rijkdom?
  • Mijn rijkdom is een trommel met twee stokken.
  • Nee schuintamboer, mijn kind kun jij niet krijgen!
  • Zeg ouwe heer, ik ben nog iets vergeten.
  • Mijn vader is groothertog van Brittanje.
  • Mijn moeder is de koningin van Spanje.
  • Zeg jongeman, jij mag mijn dochter trouwen.
  • Neen ouwe heer, jij kunt je dochter houden.
 

In de fouragemeesterstent

Is er nog pap, pap, voor iedereen een hap
Al in de tent, al in de tent
Al in de tent, al in de tent
Is er nog pap, pap, voor iedereen een hap
In de fouragemeesterstent

Refrein:
Dat wist ik niet en bovendien,
Dat kan ik zonder bril niet zien,
Dat kan ik zonder bril niet zien.

  • Is er nog soep, soep, voor een hongerige troep
  • Is er nog thee, thee, voor 't dorstige corvee
  • Is er nog lucht, lucht, voor iedereen een zucht
  • Is er nog kaas, kaas, zo oud als Sinterklaas
  • Is er nog koek, koek, in een oude onderbroek
  • Is er nog choc, choc, voor iedereen een mok
  • Is er nog drop, drop, voor onze oude hop
  • Is er nog melk, melk, 'n druppeltje voor elk
  • Is er nog brood, brood, voor iedereen een moot
  • Is er nog wijn, wijn, van een oude zeekap'tein
  • Is er nog bier, bier, voor een man of vier
  • Is er nog ham, ham, voor op de boterham
  • Is er nog spek, spek voor onze lekkerbek
 

Hoort, zegt het voort

Hoort zegt het voort,
dat nu jong Nederland,
niet meer teert op de kracht
van een roemrijk geslacht,
maar aan het werk gaat met eigen hand.

Werk, maakt ons sterk,
helpt ons in 't leven voort;
Wij rusten niet uit,
want wij willen vooruit,
daar de toekomst aan ons behoort.

Naar de duinen, naar de bossen,
't volle leven tegemoet,
want de frisse zin
brengt de buitenlucht er in,
en een waakzaam oor
brengt ons op het rechte spoor.

Zij die eens de vlag wil hijsen,
op het werk van onze tijd,
houdt vol haar keus,
blijft trouw aan onze leus:
Wij zijn bereid.

 

Ik heb mijn wagen volgeladen

Ik heb mijn wagen volgeladen,
Vol met oude wijven.
Toen zij op de markt kwamen,
Begonnen zij te kijven.
Nu neem ik van mijn levensdagen,
Geen oude wijven op mijn wagen,
Hop paardje, hop! (2x)

Ik heb mijn wagen volgeladen,
Vol met oude mannen.
Toen zij op de markt kwamen,
Ging' ze samen spannen.
Nu neem ik van mijn levensdagen,
Geen oude mannen op mijn wagen,
Hop paardje, hop! (2x)

Ik heb mijn wagen volgeladen,
Vol met jonge meisjes.
Toen zij op de markt kwamen,
Zongen zij als sijsjes.
Nu neem ik van mijn levensdagen,
Steeds jonge meisjes op mijn wagen !
Hop paardje, hop! (2x)
 

Julia

En Julia is zo mooi, zo mooi als een sirene,
al heeft ze vuurrood haar en een paar kromme benen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En Julia is zo mooi. Ze heeft zulke mooie haren:
Van voren is het vlas, van achter is het garen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En Julia is zo mooi. Ze heeft zulke mooie tanden:
Ze zijn zo groen als gras met donkergele randen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En Julia is zo mooi. Ze heeft zulke mooie ogen:
Het ene is van glas en het ander hangt te drogen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En Julia is zo mooi. Ze heeft zulke mooie benen:
Het ene is van hout en het ander is verdwenen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En Julia is zo mooi. Ze heeft zulke mooie oren:
Het ene dat is doof, en het ander kan niet horen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En als Julia at kon zij haar eetlust tonen.
Ze at niet maar ze vrat in een dag tien pond bonen.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En laatst was Julia krank, toen lag ze op haar kamer,
stomdronken van de drank te zwaaien met een hamer.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!

En nu is Julia dood, nu kan je haar bekijken:
Met zemelen gevuld ligt z'in 't museum te prijken.
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
Julia, Julia, Julia,
en jullie is zo mooi!
 

Komt vrienden in den ronden

Komt vrienden in den ronden
minnaars van enen stiel
Ik zal u gaan verkondigen
hoe ik door slijperswiel
de kost verdien voor vrouw en kind
schoon blootgesteld aan weer en wind

Refrein:
Ter-lie-re-lom, ter-la.
Van links-om rechts-om draait mijne steen,
Door het roeren van mijn been,
Ju, ju, ju, ju , ju, ju, ju.

De smid die moet hard werken
gestadig voor het vier
Hij durft hem niet te versterken
Met ene kan goed bier
Terwijl ik ga op mijn gemak
Soms ook wel met een lege zak

Mijn vrouw die roept victoria
Over de slijpstiel
Zij vind de grootste gloria
In 't draaien aan mijn wiel
Mijn kinderen hebben geen ongemak
Zij lopen met de bedelzak.

Sa vrienden, voor het leste
Alle ambachten zijn goed
Maar 't mijn is toch het beste
Schoon ik soms slapen moet
op hooi en stro in ene stal,
Ik heb de kost voor niemendal.
 

De kop van de kat

De kop van de kat was jarig
En de pootjes vierden feest
Het staartje kon niet meedoen
Want dat was pas ziek geweest.
Het kwam pas uit het ziekenhuis
En had zo'n pijn in de keel
En al dat dansen en gespring
Dat was hem veel te veel.
 

Land van Maas en Waal

Onder de groene hemel, in de blauwe zon,
speelt het blikken harmonieorkest in een grote regenton,
daar trekt over de heuvels en door het grote bos,
de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch,
en we praten en we zingen en we lachen allemaal,
want daar achter de hoge bergen ligt het land van Maas en Waal.

Ik loop gearmd met een kater voorop,
daarachter twee konijnen met een trechter op hun kop,
en dan de grote snoeshaan die legt een glazen ei,
wanneer je 't schud sneeuwt het op de Egmondse abdij.

Ik rijk een meisje mijn koperen hand,
dan komen er twee moren met hun slepen in hun hand,
dan blaast er een fanfare ten ere van de schaar,
die trouwt met de vingerhoed, ze houden van elkaar.

Onder de purperen hemel, in de bruine zon,
speelt nog steeds het harmonieorkest in een grote regenton,
daar trekt over de heuvels en door het grote bos,
de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch,
en we praten en we zingen en we lachen allemaal,
want daar achter de hoge bergen ligt het land van Maas en Waal.

We zijn aan de koning van Spanje ontsnapt,
die had ons in zijn bed en de provisiekast betrapt,
we staken alle kerken met brandewijn in brand,
't is koudvuur dus het geeft niet en het komt niet in de krant.

Het leed is geleden, de horizon schijnt,
wanneer de doden dronken zijn en pierlala verdwijnt,
dan steken we de loftrompet en ook de dikke draak,
en eten 's avonds zandgebak op het feestje bij Klaas Vaak.

Onder de gouden hemel, in de zilv'ren zon,
speelt altijd het harmonieorkest in een grote regenton,
daar trekt over de heuvels en door het grote bos,
de stoet voorgoed de bergen in van het circus Jeroen Bosch,
en we praten en we zingen en we lachen allemaal,
want daar achter de hoge bergen ligt het land van Maas en Waal.
 

De mosselman

Zeg ken jij de mosselman
de mosselman, de mosselman.
Zeg ken jij de mosselman
die woont in Scheveningen.

Ja, ik ken de mosselman
de mosselman, de mosselman.
Ja, ik ken de mosselman
die woont in Scheveningen.

Samen kennen wij de mosselman
de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman
die woont in Scheveningen.
 

Aan de oever van de Rotte

Aan de oever van de Rotte,
tussen Delft en Overschie,
zat een kikvors droef te wenen,
met een zuigling op haar knie.

Lieve kleine sprak de oude,
zie je ginds die ooievaar,
't is de moord'naar van je vader,
hij vrat hem op met huid en haar.

Potverdomme sprak de kleine,
heeft die rotzak dat gedaan,
lieve moeder, als ik groot ben,
zal 'k hem op zijn donder slaan.

En de kikvors groot geworden,
zag opnieuw die ooievaar,
en u zult het misschien niet geloven,
hij vrat hem op met huid en haar.
 

Op de hele wereld

Aangemeld door: Joyce Gerretsen, scouting groep Menod Rotterdam

Op de hele wereld zijn mensen zoals wij
die niet te veel begeren en wensen zoals wij,
om in rust en vrede te leven met elkaar.
Waarom is dat voor zo weinig mensen waar?

Ieder land heeft grenzen, die mensen zoals wij,
doodgewone mensen die denken zoals wij.
Het gevoel vergeten, dat aan de overzij,
mensen wonen, die heel anders zijn dan wij.

Maar de dag zal komen dat wij beseffen gaan,
dat het anders worden moet voortaan.
Als we onze kinderen gelukkig willen zien,
moeten wij verhin'ren dat zij, als wij misschien leven
in een wereld leven en dat is nog de vraag
die nog evenzeer verdeeld is als vandaag.

 

Overal waar we komen

Aangemeld door: Godelieve Bogers, Kabouterleidster te Roosendaal

Overal waar we komen (...)
Vragen de mensen (...)
Wie wij zijn (...)
Van waar wij komen(...)
Wij vertellen hen dan (...)
Kabouters (Welpen, Esta's, Bevers etc) komen van overal (...)
En als ze ons niet horen (...)
Dan zingen we een beetje HARDER (..)

Dus steeds harder zingen en als het niet harde kan, wordt de laatste regel:

Dan zijn ze DOOF (...)

NB. (...) is herhaling door de leden.
Dit nummer is ook wel bekend als "Overal waar we heengaan"

 

Piet Hein

Heb je wel gehoord van de zilveren vloot
de zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaanse matten aan boord
en appeltjes van oranje.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein zijn naam is klein.
Zijn daden benne groot,
Zijn daden benne groot,
hij heeft gewonnen de zilvervloot.
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot! (2x)
 

Pom pom

Eens op een nacht, pom pom, pom pom,
op de Reguliersgracht, pom pom, pom pom,
werd een kater vermoord, pom pom, pom pom,
en de dader was voort, pom pom, pom pom.

En de politie, pom pom, pom pom,
met veel ambitie, pom pom, pom pom,
heeft de zaak aangebracht, pom pom, pom pom,
en affiches geplakt, pom pom, pom pom.

Dat op een nacht, pom pom, pom pom,
op de Reguliersgracht, pom pom, pom pom,
was een kater vermoord, pom pom, pom pom,
en de dader was voort, pom pom, pom pom.

Men nam in hecht, pom pom, pom pom,
een kleermakersknecht, pom pom, pom pom,
die werd toen verhoord, pom pom, pom pom,
in verband met de moord, pom pom, pom pom.

Schoon hij ontkend', pom pom, pom pom,
kwam hij toch aan zijn end, pom pom, pom pom,
want hij werd opgehangen, pom pom, pom pom,
en was vreselijk bang, pom pom, pom pom.

En de moraal, pom pom, pom pom,
van dit verhaal, pom pom, pom pom,
is vreselijk schraal, pom pom, pom pom,
want ik lieg het weer schraal, pom pom, pom pom.
 

De sjeik

De sjeik zat op zijn fiets,
hij zag of hoorde niets,
hij reed door de woestijn,
om eerder thuis te zijn,
maar door een korrel zand,
kreeg hij een lekke band,
hij sprak dit is de laatste keer,
op de fietst ga ik nooit meer.

e ei a o ij ie
ij a o oo e ie
ij ee oo e oe ij
o ee e ui e ij
aa oo ee o e a
ee ij ee e e a
ij a i i e aa e ee
o e ie a i ooi ee.
 

Waar de bomen zacht ruizen

Waar de bomen zacht ruizen,
langs de drom'rige pa'en,
roept de koekoek ons tegen,
om naar ginder te gaan.
Ti-ri-a holderia hilia,
holderia koekoek,koek.
Ti-ri-a holderia hilia,
holderia koekoek,koek.
Ti-ri-a holderia hilia,
holderia koekoek,koek.
 

We voeren met een zucht

We voeren met een zucht,
al boven in de lucht,
we zaten zo gezellig in een schuitje,
en niemand kon ons zien,
we hadden pret voor tien,
leve de zeppeline.

 

De Wielewaal

Kom mee naar buiten allemaal,
dan zoeken we de wielewaal.
En horen wij die muzikant,
dan is zomer weer in 't land.
Dudeldjo klinkt zijn lied,
dudeldjo klinkt zijn lied,
dudeldjo en anders niet.
 

Zeeroverslied

De machtigste koning van storm en van wind
Is de arend geweldig en groot
De vogels zij sidd'ren en vluchten van angst
Voor zijn snavel en klauwende poot
Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts
Dan verschrikt hij de dieren daarmee
Ja wij zijn de heersers der aard'
De koningen van de zee

Refrein:
Tiralala, tiralala, tiralala, tiralala,
Tiralala, tiralala, tiralala hoi hoi
Ja wij zijn de heersers der aard'
De koningen van de zee

Verschijnt er een schip aan de horizon
Dan juichen wij luide en wild
Ons trotse schip als een pijl uit de boog
Klieft terstond door het watere zilt
En de koopman wordt bang en hij siddert van angst
De matrozen verwensen die dag
En daar klimt dan langs de mast omhoog
Onze bloedrode zeeroversvlag

Wij werpen ons op het vijandige schip
Als een wegslingerende speer
De kannonen dreunen, 't geweer klinkt allom
En de enterbijl hakt keer op keer
En reeds zakt de vlag van de vijand omlaag
Overwinningsgeroep klinkt omhoog
Lang leven de bruisende zee
Lang leve de zeeroverij
 
 
 

LIEDJES - NEDERLANDS

-------------------------