Als je iemand wilt beschrijven waar een bepaald punt, bijvoorbeeld een stad, ligt, dan kun je natuurlijk in de verte wijzen. Maar als de stad niet te zien is, of je wilt het heel nauwkeurig doen, dan is het handig als er een systeem is waarmee je richtingen aan kan geven. We gebuiken hiervoor de windstreken. De belangrijkste zijn noord (N), oost (O), zuid, (Z) en west (W).
In welke richting een plek ligt hangt er vanaf waar je zelf staat. Op het eerste plaatje rechts zie je een kompasroos met de vier hoofdrichtingen. Deze zijn het belangrijkste. Leer de namen uit je hoofd en waar ze liggen.

We gaan met een voorbeeldje testen of je het begrepen hebt. Bekijk het plaatje hieronder. Beantwoord de volgende vragen:


1. Je zit in het witte huis. In welke richting ligt de schuur?
2. Je zit in het witte huis. In welke richting kun je de motor vinden?
3. Je zit in het luchtballon. In welke richting ligt het witte huis?
4. Je zit in de schuur. In welke richting ligt het witte huis?

De antwoorden staan onder het plaatje.


1. Oosten
2. Zuiden
3. Oosten
4. Westen

Viel je iets op bij het antwoord op vraag 3 en 4? Bij beide vragen vroegen we waar het witte huis ligt, en in beide gevallen was het antwoord anders. In welke richting iets ligt hangt dus af van de plek vanwaar je uitgaat. Dat was in vraag 3 de luchtballon en in vraag 4 de schuur, die helemaal aan de andere kant van het witte huis ligt.

 

Goed, nu we een keertje geoefend hebben weet je dat het niet moeilijk is. Maar hoe denk je dat we de plaats boven de schuur aan moeten geven als we in het witte huis zitten? Het is niet in het oosten, want daar ligt de schuur. Het is niet in het noorden, want daar is het bruine huis. Het is een beetje van allebei. Op het plaatje hier onder zie je dat er nog meer windstreken zijn. De namen zijn eigenlijk heel erg makkelijk. Precies tussen het noord en oost ligt noord-oost. Tussen zuid en oost ligt zuid-oost. Tussen zuid en west ligt zuid-west. En als laatste tussen noord en west, noord-west. Bekijk het plaatje eronder ook eens, dit is een overzichtje van 16 windstreken. Hun namen kun je vast wel raden.

Als je goed naar de plaatjes kijkt zie je in de zwarte ring getallen staan. De cirkel bestaat uit 360 stukjes, die we graden noemen. Graden schrijf je op met een °. 360 graden schrijf je dus op als 360°.
Je kan zien dat het noorden bij 0° is, het oosten bij 90°, het zuiden bij 180° en het westen bij 270°.
In het overzichtje hieronder kun je zien waar alle 16 windstreken liggen.

 

N - 0
NNW 337,5°
NW 315°
WNW 292,5°
W 270°
WZW 247,5°
ZW 225°
ZZW 202,5°
NNO 22,5°
NO 45°
ONO 67,5°
O 90°
OZO 112,5°
ZO 135°
ZZO 157,5°
Z - 180°

Je ziet dat na de 0° bij het noorden, de graden oplopen richting het oosten en dan via het zuiden en westen naar de 360° gaan. De richting is dus met de klok mee, of in andere woorden oostom. Er zijn ook kompassen die westom werken. Kijk altijd even voor de zekerheid goed naar de ring van je kompas en naar de opdrachten in de hike.

Je kunt deze windstreken nog verder onderverdelen tot 64 windstreken, maar dat gaat wat ver voor deze instructie. Je weet nu genoeg om door te gaan met de andere onderdelen over kaart en kompas

 

WINDSTREKEN

-------------------------