Natuurbranden ontstaan bijna altijd door toedoen van de mens.
Dat kan zijn door onvoorzichtigheid met vuur of een achteloos weggegooide sigaret. Het kan zelfs kwade opzet zijn.
Maar ook het weggooien van een lege fles kan brand veroorzaken. De bolling van de fles kan als een brandglas gaan werken en brand veroorzaken.

Ieder vuur start klein en kan dan nog vrij gemakkelijk worden gedoofd. Hoe langer het duurt voor er geblust wordt des te moeilijker zal dat worden en des te meer natuur gaat er verloren.

Kom je bij een beginnend vuur, dan kan je dat over het algemeen nog uittrappen of uitslaan. Zie je dat het vuur al wat groter is, sla dan eerst alarm. Het blussen van een wat grotere brand in je eentje is levensgevaarlijk en daar moet je dus niet aan beginnen. Wacht op versterking en op iemand die verstand heeft van dit soort brandbestrijding. Die heeft dan de leiding en moet onvoorwaardelijk gehoorzaamd worden.

Wanneer je weet dat je naar een brand toegaat denk dan aan de volgende tips:

Gezien het feit dat we in Nederland zo weinig natuur meer overhebben is iedere natuurbrand een kleine ramp. Het spreekt vanzelf dat we daar waar we kunnen altijd onze hulp zullen aanbieden.

 

Heidebrand ( idem Helmbrand)

Er wordt al snel gesproken van bos- en heidebrand. Toch zijn dit totaal verschillende branden.
Een heidebrand kan je al op afstand van een bosbrand onderscheiden omdat een bosbrand donkere rook heeft, terwijl die van een heidebrand wit of grijs is.
Hiernaast zie het karakteristieke verloop van een heidebrand.
Als de brand zich even heeft kunnen ontwikkelen zal hij automatisch ruwweg deze vorm aan gaan nemen. Het voorste vlamfront kan zich verplaatsen met een snelheid van wel 30 km per uur. (Dus harder dan jij kan lopen)

Omdat het voorste vlamfront veel te heet is en er daar bijzonder veel rook aanwezig is, wordt een heidebrand in principe altijd aan de beide flanken aangevallen.

Door deze naar elkaar toe te drijven wordt het voorste vlamfront steeds smaller en zal uiteindelijk in 1 massale aanval gedoofd kunnen worden. Bedenk dat er ook bij het achterste vlamfront geblust moet worden. Het vuur loopt namelijk (langzaam) tegen de wind in en kan uiteindelijk om de gebluste flanken heen een nieuwe vuurtong ontwikkelen.
Om heidebranden te blussen kunnen we gebruik maken van een vuurzweep, heideschuivers, bijlen en schoppen.

Een vuurzweep bestaat uit een lange stok van meer dan 2 meter lang met aan het einde een stel verende metaalstrippen. Een vuurzweep gebruik je met kleine op en neergaande of met een vegende beweging. Ga er niet mee slaan als met een bijl, je voert dan alleen maar zuurstof aan de brand toe.

Een heideschuiver heeft ongeveer hetzelfde principe. Alleen zijn de verende metaalbladen vervangen door een stijf frame van metaalgaas.
Als de brandweer nog niet ter plaatse is en je geen van beide gereedschappen ter beschikking hebt, kan je gebruik maken van (bij voorkeur) looftakken van ongeveer anderhalf tot twee en een halve meter, die je dan op dezelfde manier gebruikt.

Naast deze gereedschappen is ook een schop bijzonder handig. Door zand op het vuur te gooien wordt dit niet alleen gedoofd maar zal bovendien ook niet meer op die plek gaan branden.
Bijlen gebruiken we om (daar waar nodig en zinvol) brandgangen te maken of bomen en struiken die overslag naar een ander perceel kunnen veroorzaken weg te hakken.

Het spreekt vanzelf dat water uiteindelijk het beste blusmiddel is, maar dat hebben we in een heidegebied over het algemeen niet in voldoende mate ter beschikking en ook als de bosbrandweer met een tankautospuit aankomt is de hoeveelheid water echt niet voldoende om een beetje redelijke heidebrand te blussen. Dit water wordt als ondersteuning gebruikt op kritieke plaatsen en voor de eindaanval op het voorste vlamfront.

Bij grote branden kan men er voor kiezen een bepaald perceel op te offeren en de brand tegen te houden op een weg of bij een brandgang.
De meesten van jullie zullen wel eens van een "tegenvuur" gehoord hebben. Daar moet je nooit aan beginnen. De risico dat het tegenvuur uit de hand loopt en je dus twee branden hebt is veel te groot. Alleen als je ingesloten bent door een brand kan een tegenvuur (soms) je leven redden.

Bosbrand

Bij een bosbrand onderscheiden we twee brandtypen.

We spreken over een loopvuur als in een bos de ondergrond en de lage struiken branden. De stammen van de bomen worden dan wel verkoold, maar een groot gedeelte van de oudere bomen zal een loopvuur overleven.
Een loopvuur wordt min of meer op dezelfde wijze als een heidebrand geblust.

Een kroonvuur ontstaat bijna altijd uit een loopvuur. De opstijgende hitte en vonken drogen de kronen van de bomen uit en op een bepaald moment zullen de kronen van de bomen ook in brand vliegen. Een kroonvuur in een naaldbos is spectaculair, indrukwekkend en beangstigend. Er kunnen tornado's van vuur tot 30 meter hoog de lucht in vliegen en de vonken en brandende twijgen kunnen tot op een paar honderd meter ver worden meegevoerd (die dan daar weer nieuwe branden doen ontstaan)

Een kroonvuur valt niet met de hand te blussen en mocht een loopvuur overgaan in een kroonvuur dan ontstaat er een zeer gevaarlijke situatie en moeten alle blussers onmiddellijk het bos verlaten (rennend).
Een kroonvuur kan alleen maar geblust worden met zeer veel water en vliegtuigen. Pas als het vuur uit het bos komt en weer aan de grond komt op de heide kan men weer aan blussen gaan denken.

Een methode om de kans op bosbranden te verkleinen is om op de randen van de (brandgevaarlijke) dennenbossen een rand van een paar meter dik aan te planten van loofbomen. Enerzijds is het brandgevaar door weggegooide peuken hierdoor veel kleiner, anderzijds heb je redelijke takken bij de hand om met blussen te beginnen.
De gevolgen van een bosbrand kunnen ook beperkt worden door het bos op te delen in kleinere percelen, welke van elkaar gescheiden zijn door brandgangen. Deze brandgangen moeten dan wel regelmatig worden schoongemaakt van brandbaar materiaal.

Veenbrand

Een veenbrand is een van de geniepigste vormen van natuurbranden. Als in een veengebied een brandje is ontstaan of iemand heeft een vuurtje op de grond gestookt, dan bestaat de mogelijkheid dat de brand wel aan de oppervlakte geblust is, maar onder de grond door blijft smeulen.
Veel later (soms meer dan een jaar) komt dat smeulen weer heel ergens anders aan de oppervlakte, krijgt daar weer zuurstof en ontsteekt zichzelf weer tot een volwaardige brand. (Bekend is in dit geval de veenbrand nabij Ommoord die jaren lang gebrand heeft en waarvan niemand zeker weet of hij nu echt uit is)
Een veenbrand kan aan de oppervlakte op de normale manier geblust worden. De brand in de ondergrond kan echter alleen maar gestopt worden door gedurende zeer lange tijd zeer veel water in de grond te persen.
Een extra aandachtspunt bij een veenbrand is, dat de brand het veen onder je voeten kan hebben weggebrand. Op die manier ontstaat er een holle ruimte waarin het enorm heet is. Het risico bestaat dat je door de bovenlaag heen zakt en in die ruimte terechtkomt. Dit overleef je niet.

Ter beschikking gesteld door Peter van Eijnsbergen - Calandtroep Rotterdam

NATUURBRAND

-------------------------