Ballen dragen

De twee partijen staan naast elkaar achter een lijn. Ze moeten in een estafette alle ballen die achter hun lijn liggen naar een vak aan de andere kant van het veld brengen. Je mag er zoveel meenemen als je denkt dat je kunt dragen. Maar pas op! Als je een bal laat vallen moet je opnieuw beginnen. Overschat jezelf dus niet.

Benodigdheden:
- Veel ballen

 

Baloespel

De groep wordt verdeeld in twee partijen. Elke partij krijgt een helft van het speelveld toegewezen. Om de beurt mogen spelers van een van de partijen het vak van de tegenstanders in zolang ze snel achter elkaar het woord 'Baloe' blijven zeggen. De speler die in het vak van de tegenstander loopt (en dus baloe, baloe, baloe roept) moet proberen zo veel mogelijk tegenstanders af te tikken. Hij moet er echter voor zorgen dat hij terug is in zijn eigen vak voordat hij geen lucht meer heeft om achter elkaar Baloe te blijven roepen. Als hij niet terug is in zijn eigen vak op het moment dat hij stopt met Baloe te roepen, dan mogen de spelers van de andere partij hem proberen af te tikken.

Benodigdheden:
Geen

 

Balonestafette

De twee partijen staan klaar achter de startlijn. De eerste speler van elk team heeft een ballon. Na het startsein loopt hij met de ballon naar de overkant, komt terug en geeft hem aan de volgende. Maar let op: de ballon mag daarbij niet met de handen worden aangeraakt. Het is de bedoeling de ballon voort te bewegen met korte tikjes van knieen, armen, hoofd enz. De ploeg die als eerste zit, wint.

Benodigdheden:
- Twee balonnen

 

Blind volleybal

Hang een volleybalnet op en leg over het net een laken of deken. In plaats van een net kun je ook een touw spannen. Zorg dat het laken zo hangt dat je er niet overheen of onderdoor kunt kijken. De twee partijen gaan aan beide kanten van het net staan. Ze spelen nu gewoon volleybal, met het verschil dat ze de bal niet zien aankomen. Omdat dit een stuk moeilijker is dan gewoon volleybal kun je om te beginnen het best een lichte bal of ballon gebruiken.

Een variatie op dit spel is om iedereen op de grond te laten zitten.

Benodigdheden:
- Een net of touw
- Een deken of laken
- Een lichte bal/ballon

 

Dijk verzwaren

De spelers stellen zich in twee ploegen tegenover elkaar op. Elke ploeg heeft een teil met water. In het midden ligt een zak zand. De bedoeling is die zak in de teil van de andere ploeg te dumpen. Maar die andere ploeg wil daar niets van weten en zal proberen de zak juist bij de andere partij in de teil te gooien. Natuurlijk wordt dit steeds zwaarder als de zak een paar keer nat is geworden. Welke partij geeft als eerste op?

Benodigdheden:
- Twee teilen
- Een stevige zak met zand

 

Estavakkensleepsleurspel


Met dank aan Corien Peters - Scouting St. Ansfridus Amersfoort

Verdeel de groep in 4 groepjes. Elk groepje krijgt een hoek van het speelveld. Daar zijn vakken getekend met stoepkrijt met nummers erin (nummers 1 t/m 4). In het midden van het speelveld zijn 5 cirkels getekend: 1 in het midden en 4 erom heen, in de richting van de vakken waar de kinderen in zitten. In deze cirkels komen ook de nummers die corresponderen met dat vak.
Groepje 1 krijgt een tennisbal en probeert op een van de cirkels te gooien. Er zijn een aantal mogelijkheden:
- de bal komt in de cirkels 2, 3 of 4: er wordt op het vlak afgestormd waarvan de cirkel net geraakt is en ze krijgen een minuut de tijd om zoveel mogelijk kinderen van dat vak naar hun eigen van te sleuren en slepen. Natuurlijk mogen de kinderen uit het geraakte vak zich verzetten
- de bal komt in de eigen cirkel: iedereen uit de vakken 2, 3 en 4 mag kinderen uit vak 1 naar hun eigen vak slepen. Ook hier krijgen ze een minuut de tijd voor
- de bal komt in de middenste cirkel: iedereen pakt iedereen, complete chaos... ook een minuut. Als de minuut voorbij is gaat de bal over naar groepje twee, die gooit ook enz.
Als er kinderen halverwege het veld liggen na een sleuractie dan mogen ze nog naar hun eigen vak terug. Als ze eenmaal in een ander vak zijn moeten ze dat vak ook gaan helpen. Uiteindelijk zullen de vakken een beetje leeg raken en zal er een vak steeds groter worden totdat het helemaal vol zit met alle kinderen. Einde spel
Raadzaam is wel goede afspraken te maken van te voren over hoe pakken we iemand vast, voorzichtigheid, enz...

Benodigdheden:
- Bal
- Eventueel stoepkrijt

 

Estavakkensleepsleurspel


Met dank aan Corien Peters - Scouting St. Ansfridus Amersfoort

Verdeel de groep in 4 groepjes. Elk groepje krijgt een hoek van het speelveld. Daar zijn vakken getekend met stoepkrijt met nummers erin (nummers 1 t/m 4). In het midden van het speelveld zijn 5 cirkels getekend: 1 in het midden en 4 erom heen, in de richting van de vakken waar de kinderen in zitten. In deze cirkels komen ook de nummers die corresponderen met dat vak.
Groepje 1 krijgt een tennisbal en probeert op een van de cirkels te gooien. Er zijn een aantal mogelijkheden:
- de bal komt in de cirkels 2, 3 of 4: er wordt op het vlak afgestormd waarvan de cirkel net geraakt is en ze krijgen een minuut de tijd om zoveel mogelijk kinderen van dat vak naar hun eigen van te sleuren en slepen. Natuurlijk mogen de kinderen uit het geraakte vak zich verzetten
- de bal komt in de eigen cirkel: iedereen uit de vakken 2, 3 en 4 mag kinderen uit vak 1 naar hun eigen vak slepen. Ook hier krijgen ze een minuut de tijd voor
- de bal komt in de middenste cirkel: iedereen pakt iedereen, complete chaos... ook een minuut. Als de minuut voorbij is gaat de bal over naar groepje twee, die gooit ook enz.
Als er kinderen halverwege het veld liggen na een sleuractie dan mogen ze nog naar hun eigen vak terug. Als ze eenmaal in een ander vak zijn moeten ze dat vak ook gaan helpen. Uiteindelijk zullen de vakken een beetje leeg raken en zal er een vak steeds groter worden totdat het helemaal vol zit met alle kinderen. Einde spel
Raadzaam is wel goede afspraken te maken van te voren over hoe pakken we iemand vast, voorzichtigheid, enz...

Benodigdheden:
- Bal
- Eventueel stoepkrijt

 

Kleefkrant

Weer een leuke estafettevariant. Twee ploegen, twee rijen. De eerste speler krijgt een krant en rent een route en komt terug en geeft de krant door aan de volgende. Niet veel bijzonders zul je zeggen. Maar tijdens het lopen mag hij de krant niet vasthouden. Hij moet hem door hard te lopen tegen zijn borst aan laten blazen. Welk team is als eerste klaar?

Benodigdheden:
- Twee kranten

 

Kletsnat

Dit is een mooi spel voor een warme dag. Twee ploegen staan achter de startlijn. Elke ploeg heeft een emmer met water. Ze moeten dat water overbrengen naar hun andere (lege) emmer aan de andere kant van het terrein. Dat doen ze door een handdoek onder te dompelen in de eerste emmer, die in hun nek te leggen en naar de tweede emmer te rennen. Daar wringen ze de handdoek uit en rennen zo snel mogelijk weer terug om de handdoek door te geven. De ploeg die als eerste zijn tweede emmer vol heeft, wint.

Benodigdheden:
- Vier emmers
- Water
- Twee handdoeken

 

Kleurencirkels

De groep wordt verdeeld in twee teams. Binnen elk team krijgt iedereen een nummer. Op de grond zijn met krijt vijf verschillend gekleurde cirkels getekend. Elke kleur cirkel wordt aangesproken met de naam van iets dat die kleur heeft. Een paar voorbeelden:

Groen: Smaragd, komkommer, gras
Rood: Bloed, kersen, robijn
Blauw: water, lucht
Geel: citroen
Bruin: aarde, aardappel, leer

De spelleider roept een combinatie van een kleur en een nummer, bijvoorbeeld: WATER 3! Uit beide teams rennen nu de nummers 3 naar de blauwe cirkel. Het team van de speler die er het eerste staat krijgt een punt.

Bedenk bij dit spel dat er kinderen kunnen zijn die wat problemen hebben met het onderscheiden van de verschillende kleuren. Zij zullen wat hulp kunnen gebruiken.

Benodigdheden:
- 5 verschillende kleuren krijt

 

Kratten stapelspel


Met dank aan Andre Pronk

Het team start bij punt A met het opstapelen van vijf kratten. Deze opgestapelde kratten worden verplaatst naar punt B, waar twee nieuwe spelers de volgende 5 kratten bij de eerste stapel voegt. De nieuw gevormde stapel wordt verplaatst naar punt C, waar weer 5 kratten erbij worden gestapeld enz. Tijdens het bijstapelen van de kratten wordt er gewisseld van spelers. Dit herhaalt zich tot maximaal 25 gestapelde kratten. De stapel moet bij de finish neergezet worden, waarna de tijd gestopt wordt.

Puntentelling: Aantal gestapelde kratten + tijd
Pas op dat de boel niet omvalt op andere deelnemers.

Benodigdheden:
- Kratten

 

Levend boter kaas en eieren

Dit spel gaat hetzelfde als het bekende spelletje op papier maar dan met mensen. Teken een groot rooster op de grond en gebruik de spelers van beide partijen als kruisjes en rondjes.

Benodigdheden:
- Partijlintjes of dasses om de teams aan te geven

 

Levend statego

Het bekende spel met twee teams als legers. Beide teams hebben dezelfde rangen op kaartjes. Aan beide kanten van een groot terrein hebben de teams een eigen basis. Op die plek zit iemand (bijvoorbeeld de leiding) om de kaartjes willekeurig uit te delen. Elk team heeft zijn eigen kleur kaartjes. Op elk kaartje staat een rang. Die rangen lopen op van spion en verkenner tot aan generaal en maarschalk. Als het spel begonnen is gaan de spelers het veld in met elk een kaartje op zak en proberen de tegenstanders af te tikken. Als er is getikt dan laten beide spelers hun kaartje zien. De hoogste rang krijgt het kaartje van de laagste. Ben je je kaartje kwijt dan ga je bij je basis een nieuwe halen. Bij het tikken gelden een aantal speciale regels:

- Degene die de bom tikt wordt opgeblazen en is zijn kaartje kwijt. Behalve de mineur die de bom onschadelijk maakt.
- De bom mag zelf niet tikken, maar moet door een ander worden getikt.
- De maarschalk is de allerhoogste rang en kan dus iedereen tikken zolang hij niet op een bom loopt. Er is echter n rang die de maarschalk kan pakken en dat is de allerlaagste, de spion. Dan moet de spion wl de maarschalk tikken en niet andersom.

Het spel stopt na een bepaalde tijd of als alle kaartjes op zijn.

Levend stratego wordt heel vaak gecombineerd met het verstoppen van een vlag. Voordat het spel begint verstopt een speler van elk team hun vlag (vlag of theedoek) binnen het terrein. Zodra het spel is begonnen gaan de teams op zoek naar elkaars vlag. Als de vlag is gevonden eindigt het spel.

De rangen zijn op volgorde van hoog naar laag:

Maarschalk (10)
Generaal
Kolonel
Majoor
Kapitein
Luitenant
Sergeant
Mineur
Verkenner
Spion (1)

En zonder rang:

Bom

Benodigdheden:
- Partijlintjes of dasses om de teams aan te geven - Vlaggen
- Kaartjes met rangen

Om het je makkelijk te maken hebben we alvast een paar kant-en-klare kaartensets voor je beschikbaar:


Een hele mooie Asterix en Obelix versie
PDF document 1.09 MB
met dank aan Edwin van Elk
Scouting Marnix van Sint Aldegonde Vlaardingen


Je kunt ook deze speluitleg downloaden met een Asterix en Obelix tintje
Word formaat 75 Kb of als PDF van 56 Kb


Een eenvoudige zwart-wit versie in maffia thema
Word 33Kb



Een eenvoudige zwart-wit versie in Sinterklaas thema
Word 35Kb


Een eenvoudige zwart-wit versie met normale rangen en nummering op achtergrond.
5 kleine Word bestanden van elk zo'n 25 kb:
bestand 1
bestand 2
bestand 3
bestand 4
bestand 5

 

Noip leps


Met dank aan Ton Blokhuizen - Scouting Salwega Utrecht

Noip Leps staat voor omgekeerd Pion Spel. Het veld wordt in twee vakken verdeeld, met in het midden een streep. Ca 15 meter x 10 meter per vak, dus totaal ca. 30 x 10(breedte).
Geheel achterin het vak (op de achterlijn) komen met gelijke tussenruimtes de 5 pionnen te staan, dit ook in het andere vak. Beide teams (a 5 man) moeten proberen 10 pionnen op hun eindlijn te krijgen door ze bij hun tegenpartij weg te kapen. Wanneer je, al is het maar met een voet, over de middenstreep komt mag de tegenpartij jouw aftikken en moet je wijdbeens gaan staan daar waar je bent getikt. Je mag met het spel pas weer meedoen als je bevrijd bent door een teamlid. Dit bevrijden gaat als volgt, je teamlid snelt naar je toe (zonder getikt te worden natuurlijk) en kruipt, glijt of rolt tussen je benen door. Op dat moment mogen jullie allebei VRIJ terug lopen naar jullie eigen vak. De tegenpartij mag jullie nu niet meer aftikken!
Wanneer je het gered hebt om naar de overkant te komen om een pion te pakken, zonder getikt te worden mag je ook VRIJ terug lopen. De tegenpartij mag je nu niet meer tikken ook al loop je MET EEN pion door hun veld heen. Wel is de regel dat je maar een pion per keer mee mag nemen!!! Ook mag je NIET de bemachtigde pion naar je teamleden gooien of naar de achterlijn gooien. Je moet de pion ZELF NETJES op de achterlijn neerzetten. Wanneer je met de net bemachtigde pion in je eigen vak loopt mag je NIET een in jouw vak lopende speler van de tegenpartij tikken voordat je de pion netjes hebt neergezet. Zodra een team alle 10 de pionnen op hun eindlijn hebben staan heeft dat team gewonnen.

Benodigdheden:
- Afzetlint
- Net zoveel pionnen als deelnemers

 

Nummerbal

Dit spel spel is mij uitgelegd door een Joegoslaaf op de 18e Wereld-Jamboree. Een andere leider verzekerde mij een tijdje geleden echter dat hij het spel ook al vaker had gespeeld.

Aan beide kanten van het speelveld staat een team. Stel dat elk team uit 5 personen bestaat. Elk team spreekt onderling (zonder dat de tegenpartij het hoort) af wie welk nummer krijgt in de reeks cijfers 1 tot en met 5. Wanneer de afspraken zijn gemaakt stellen de teams zich op de tegenovergestelde
lijnen op. In het midden ligt een luciferdoosje of een stokje. De spelleider
roept nu een willekeurig nummer af. Zoals je begrijpt is er in elk van beide teams iemand met dit nummer en die rennen dan ook allebei naar het midden. De bedoeling is om het doosje zo snel mogelijk te pakken en weer terug te brengen over de lijn van je eigen partij. Er zijn echter een
aantal regels:

Het is dus niet altijd het slimste om meteen het doosje op te pakken, want dan zou
je wel eens kunnen worden getikt. Een ploeg haalt een punt wanneer iemand
het doosje ongetikt terugbrengt over de eigen lijn, of wanneer de tegenstander
wordt getikt op de weg terug. Je krijgt dus al gauw een situatie waarbij
twee mensen in het midden tegenover elkaar staan en schijnbewegingen maken. Is het punt binnengehaald, dan wachten beide teams gespannen tot de spelleider
een nieuw (of hetzelfde) nummer roept.
Benodigdheden:
- Een luciferdoosje/stokje
- Een relatief klein (rechthoekig) speelveld

 

Paspop

De spelers worden verdeeld in twee groepen. Elke groep krijgt een even grote doos met verkleedkleren. Van elke ploeg gaat een speler los van de groep staan. Hij is de paspop die moet worden aangekleed. De eerste speler van een ploeg neemt een kledingstuk uit de doos en rent ermee naar de pop. Nadat hij het kledingstuk bij de pop heeft aangedaan, rent hij weer terug en sluit achteraan. Nu doet de volgende speler hetzelfde. De pop blijft intussen stijf staan. De ploeg die als eerste zijn pop helemaal heeft aangekleed wint.

Benodigdheden:
- Verkleedkleren

 

Ratten en raven

Bij dit spel stellen twee teams zich langs een lijn tegenover elkaar op. Degene die voor je staat is jouw persoonlijke tegenstander. De ene partij heet 'raven' en de andere partij heet 'ratten'. Aan beide kanten van de middenlijn hebben beide partijen hun eigen 'thuislijn'. De spelleider roept willekeurig een van de beide namen (ratten of raven). Het team dat werd genoemd probeert nu zo snel mogelijk naar de eigen achterlijn te rennen, terwijl het andere team ze probeert te tikken. 1 x tikken = 1 punt Het afroepen van de namen gaat willekeurig, maar beide teams moeten wel ongeveer evenveel beurten krijgen.

Benodigdheden:
- Een speelveld met drie lijnen (paralel met 5 meter ertussen)

 

Smokkelspel

Voor dit spel heb je een heel groot terrein nodig, het liefst een stuk bos. De groep wordt verdeeld in twee teams. Het ene team is douane, het andere smokkelaars. De smokkelaars moeten smokkelwaar halen bij een uitdeelpost en moeten dit zien over te brengen naar de andere kant van het terrein zonder dat ze worden gepakt door de douane. De douane kan het smokkelwaar in beslag nemen door een smokkelaar te tikken. Rondom de uitdeelpost en het punt waar de smokkelwaar moet worden afgelevert mag de douane niet tikken. Dit is om te voorkomen dat smokkelaars worden opgewacht en de kans niet krijgen om het spel te spelen. Het spreekt voor zich dat de smokkelaars maar 1 stuks smokkelwaar bij zich mogen hebben. Soms moet je hier even goed op letten want sommigens 'smokkelen' meer dan bij dit spel de bedoeling is.

Benodigdheden:
- Een groot terrein
- Smokkelwaar (kaartjes of iets anders)

 

Touwtje branden

Boven een gat in de grond of boven een stookplaats worden op dezelfde hoogte twee draden gespannen. De hoogte moet toch zeker wel een meter zijn, maar de echte die-hard gaat hoger. De groep wordt opgedeeld in twee teams. Elk team heeft krijgt een draad met daaronder een stookplaats toegewezen. Elk team verzamelt hout of krijgt van de organisatie een gelijke stapel hout. Zodra het startsein is gegeven bouwen beide teams hun vuur naar eigen inzicht op en steken het aan. Het team dat als eerste het touwtje heeft doorgebrand is de winnaar.

Benodigdheden:
- Veel klein hout (geen grote blokken)
- Sisaltouw
- Lucifers
- Twee stookplaatsen

 

Twee emmertjes water halen

Trek twee lijnen op 5 meter van elkaar. De spelers vormen twee ploegen en gaan in twee rijen achter een lijn staan. De voorste speler van elke rij geeft een emmertje water boven zijn hoofd door aan de speler achter hem. Die geeft op zijn beurt het emmertje onder zijn benen door naar achteren. Dan weer boven het hoofd... Wanneer het emmertje bij de laatste speler is aangekomen, loopt die vlug naar voren en begint het doorgeven opnieuw. Zo moeten beide ploegen zo snel mogelijk de andere lijn bereiken. Met water wel te verstaan.

Benodigdheden:
- Twee emmers vol met water

 

Veedievenspel

Het verhaal rond dit spel is als volgt:

In het holst van de nacht sluipt een bende veedieven over het land van een grootgrondbezitter. Ze drijven het vee bijeen en jagen het op tot aan hun schuilplaats. Onderweg blijven er aan de bomen stukjes haar van de beesten hangen (draadjes wol). Een van de dieven heeft zich bezeerd aan het prikkeldraad in de omheining van de grond. Onderweg heeft hij een spoor van bloed achtergelaten (rode verf of ketchup).

Het spel zelf:

Er zijn twee partijen: de dieven en de politie. De politie volgt de sporen (de verf en de wol), terwijl de dieven klaarliggen in een hinderlaag. Iedereen heeft een draadje wol om zijn rechterarm gebonden. Geen van beide partijen weet wanneer ze elkaar zullen ontmoeten. Wanneer de speurders in de hinderlaag lopen proberen de partijen elkaars draadjes wol van de arm te rukken. De partij met de meeste draadjes wint.

Je kunt ook bij elke partij een persoon met een draadje wol laten lopen in plaats van iedereen. Dan gaat het erom wie het eerste de wol van de tegenstander heeft veroverd.

Benodigdheden:
- Draadjes wol
- Rode verf of ketchup o.i.d.

 

Vliegende bom

Een kamer of zaaltje is in twee helften verdeeld. In elk vak staat een team. De spelleider laat in het midden een (heel licht) donsveertje los. Terwijl het veertje in de lucht zweeft moeten de spelers proberen om door te blazen het veertje zo te sturen dat het op de grond land op het veld van de andere partij.

Dit spel kun je niet erg lang doen, want je snapt dat dit leuke spel na een lange tijd intensief blazen niet meer leuk is.

Benodigdheden:
- Een donsveertje

 

Waterestafette

Met dank aan Andre Pronk

Van elke ploeg stelt een speler zich op bij de waterslang. Met de slang moet het water door een buis worden gespoten. Dit water wordt opgevangen in een emmer die door speler twee wordt vastgehouden. Als men vindt dat de emmer voldoende gevuld is, klemmen speler 3 en 4 de emmer tussen twee stokken en brengen deze via een parcours naar punt X waar de 5e speler de emmer m.b.v. een andere creatieve manier naar het eindpunt brengt waar de emmer wordt leeggegoten. De volgende vijf spelers nemen nu de plaatsen over waarna het spel zich herhaalt.

Puntentelling: De hoeveelheid water bepaalt de eindstand.

Benodigdheden:
- Een buis
- Tuinslang o.i.d.
- Water
- Twee stokken voor elk team
- Een emmer voor elk team

 

Waterzuivering

Een leuk spel voor in het zwembad. De spelers worden verdeeld in twee teams die elkaars handen vasthouden. Ze vormen dus beide een kring in het water. Op het water drijven voor elk team een aantal voorwerpen. Na het startsein brengt iedere ploeg zo vlug mogelijk al zijn voorwerpen naar de kant. Ze mogen daarbij elkaars handen niet loslaten. Ze moeten de voorwerpen insluiten en naar de kant zwemmen.

Benodigdheden:
- Drijvende voorwerpen

 

Weg met de bal!

Dit is een leuk spel als je veel tennisballen hebt en een vlakke ondergrond (bijvoorbeeld een straat). Achter twee lijnen staan de teams. Tussen de twee lijnen in ligt een grotere bal. Elke speler heeft een tennisbal. Ze gooien die tennisbal zo hard mogelijk tegen de grote bal aan om hem over de lijn van de tegenstander te laten rollen. Je mag natuurlijk niet over de lijn komen. De ploeg verliest als de bal hun kamp binnen rolt.

Benodigdheden:
- Een groter bal zoals een voetbal of een basketbal
- Veel tennisballen

 

Woordenjacht

De groep is verdeeld in twee teams. Ieder teamlid krijgt een vel papier met daarop een letter. De spelleider roept woorden die met de letters zijn te vormen. Het team dat het eerste op lijn staat met de papieren voor zich waar het woord op is te lezen krijgt een punt.

Benodigdheden:
- Papieren met letters

 

TEAMSPELEN

-------------------------