Bouw en groei van een boom

De hoofdonderdelen van een boom zijn:
" de wortels
" de stam
" de kroon
De stam is uit verschillende lagen opgebouwd. Van buiten naar binnen krijgen we:
" de kurkhuis of schors
" het kurkcambium of bast
" het cambium
" het spinthout
" het kernhout.

 

De kurkhuid of schors beschermt de boom tegen allerlei schadelijke invloeden zoals insecten, zonnebrand, zwammen enz.
Het kurkcambium of bast vormt naar buiten toe nieuwe schors en naar binnen toe nieuw bastweefsel.

Het Cambium vormt ook weer naar beide zijden nieuwe cellen. Het is het sterkst levende deel van de boom en veroorzaakt de diktegroei in de stammen en takken. Naar buiten toe maakt het cambium bastweefsel en naar binnen toe houtweefsel.
De voedingsstoffen voor de boom worden voornamelijk door het cambium getransporteerd en gebruikt.
Als het cambium van een boom rondom is ingesneden, gaat de boom dood.
Het houtweefsel is in het begin zacht, maar wordt geleidelijk harder en droger.
Het jongere houtweefsel noemt men spinthout. Het is relatief zacht en licht van kleur.
Het oudere, binnenste houtweefsel noemt men kernhout. Het is harder, zwaarder en donkerder van kleur.
Het kernhout van de takken zorgen voor de knoesten in de stam.

In het voorjaar wordt het meeste hout gevormd. Het voorjaarshout is hierdoor losser van opbouw en lichter van kleur. Het zogenaamde najaarshout is vaster en donkerder van kleur.
Ieder jaar wordt dus een brede laag lichtgekleurd voorjaarshout en een dunnere laag donkergekleurd najaarshout gevormd. Zo ontstaan de jaarringen.
Hoe smaller en regelmatiger de jaarringen des te beter de kwaliteit van het hout. Omdat er ieder jaar een lichte en een donkere ring gevormd wordt kan je aan de jaarringen ongeveer de leeftijd van de boom bepalen.
De jaarringen bepalen ook de tekening of de "vlam" van het hout.

De groei van een boom

De cellen van het hout zijn, net als bij alle groene planten, ontstaan door het proces dat fotosynthese wordt genoemd.
Dit wil zeggen opbouw met behulp van licht. Fotosynthese is de grondslag van alle plantengroei.

Het proces vindt plaats in de groene bladeren die je als een soort fabriek kan beschouwen.

Opgaande stroom van anorganische stoffen
Neergaande stroom van organische stoffen

De bladeren nemen het koolzuur (CO2) uit de lucht op en zetten dat met behulp van het water en de mineralen die via de wortels en de stam naar de bladeren wordt gebracht om in zuurstof (die dan weer in de lucht komt) en in zetmeel.

Dit zetmeel wordt dan weer als sap naar beneden getransporteerd en onderweg gebruikt de boom het in de groeilagen om in grootte en dikte te groeien.
Het overschot wordt opgeslagen in de voorraadvaten van de boom.

Het water en de mineralen gaan naar boven via de buitenste houtlagen (spinthout) en het sap komt naar beneden via de groeilagen.

Het licht zorgt voor de benodigde energie om dit proces op gang te houden.

In de bladeren bevinden zich bladgroenkorrels die chlorofyl bevatten. Deze korrels zorgen er voor dat het licht hiervoor kan worden gebruikt.

 

Ter beschikking gesteld door Peter van Eijnsbergen - Calandtroep Rotterdam

EEN BOOM

-------------------------