Er bestaan diverse methodes om een boom om te krijgen.
We zullen deze hier bespreken.
Het allereerste wat we echter altijd moeten doen is de valrichting bepalen. Dat wil zeggen "bepalen waar jij de boom wilt laten neerkomen" en vervolgens bekijken of dat ook echt mogelijk is.

Bij een kaarsrechte boom, waarvan de kruin gelijkmatig verdeeld is dit (als er tenminste weinig wind staat) best te doen.

In het algemeen zorg je er voor dat je een inkeping (de valkerf) maakt aan die zijde waar je de boom heen wilt hebben. Als je daarna aan de andere zijde een inkeping of een snede maakt, zal de boom precies neerkomen op de lijn die loodrecht op de basislijn van de valkerf staat.

Dat is de theorie, nu de praktijk.

Een boom is nooit kaarsrecht en de kruin is nooit precies symmetrisch en dan zal je bovendien nog zien dat er aan de zuidzijde van de boom meer spinthout zit dan aan de noordzijde en natuurlijk zal er als je hakt wat wind staan.

Kort en goed je zal wat trucs moeten uithalen.
Een boom zal die kant uit willen vallen waar hij het meeste gewicht heeft. In de praktijk betekent dat hij de kant uit wil vallen waarheen hij scheef staat en/of waar de meeste zware takken in de kruin zitten. (Die zelfde takken zullen de boom wat remmen als hij eenmaal valt en laten de boom dus iets draaien).

Je kan hieraan wel wat compenseren. Dat doe je door de valkerf en de eindsnede iets te verdraaien en wel tegengesteld aan de kant waarheen de boom zelf zou willen vallen. Ben je dus bang dat de boom te veel naar links wil dan zal je de valkerf en de eindsnede iets verder naar rechts maken.
Een boom die duidelijk scheef staat krijg je in principe niet de andere kant op. Die zal je dus van boven naar beneden stukje voor stukje klein moeten maken tot je alleen nog maar een stukje van de stam overhebt.

Ben je er niet zeker van dat de boom echt die kant uitgaat waar jij hem wilt hebben, gebruik dan tuilijnen. (better safe then sorry).

Vellen met een zaag

Dit is de makkelijkste manier. Zoals hierboven omschreven zaag je de boom eerst in aan de zijde waar de boom heen moet vallen. Je doet dat tot je ongeveer 2/3 van de boom hebt ingezaagd. Mocht je zaag gaan klemmen dan zal een wig moeten gebruiken.
Vervolgens hak je schuin een wig uit de boom. De wig moet ongeveer even hoog zijn als de zaagsnede diep is. Als je dat gedaan hebt begin je aan de andere kant met een nieuwe zaagsnede. Deze moet 5 a 15 cm hoger zijn dan de snede van de valkerf. Vlak voor dat de boom valt controleer je (opnieuw) of de omgeving veilig is, dan roep je ONDERUIT en doet de laatste halen. Als de boom gaat vallen trek je rustig je zaag uit de boom en doet een paar stappen in de richting dwars op de valrichting en wacht tot de boom tot rust is gekomen.

In de praktijk zal een boom vrijwel altijd worden omgezaagd en bijna nooit worden omgehakt.
Enerzijds omdat het een stuk gemakkelijke gaat (zeker met een kettingzaag) anderzijds omdat het minder houtverlies oplevert.

Dat wij toch voornamelijk hakken is om jullie bijlvaardigheid te leren (maar ook omdat hakken feitelijk leuker en avontuurlijker is).

Vellen met een bijl

In principe bestaat er weinig verschil met het vellen met een zaag.
Je begint met een "V" te hakken aan de valrichting. Let er op dat de "V" echt laag bij de grond moet komen.
Als je een paar slagen van boven naar beneden, schuin in het hout hebt gegeven, geef je een losslag. Dit is een slag evenwijdig met de grond die uit moet komen op de plaats waar je bij het zagen de eerste snede van de valkerf zou maken.
De losslag moet de stukken hout losmaken die je met de eerste slagen hebt ingespleten.
Vervolgens geef je weer een paar splijtslagen, gevolgd door een of meerdere losslagen.
Zorg er voor dat de "V" groot (hoog) genoeg is om goed te kunnen splijten. Naarmate je dieper komt zal de "V" hoger moeten worden.
Je gaat door met hakken tot je ruim over de helft van de boom heen bent (ruim door het kernhout, tussen over de helft en 2/3 van de dikte)
Dan begin je dus aan de andere kant. Ook hier moet de losslag tussen de 5 en 15 cm hoger komen dan die van de valrichting.

Bij het hakken is het moment van vallen moeilijker te bepalen dan bij het zagen. Kom je zo ver dat je denkt dat de boom ongeveer gaat vallen, controleer dan het effect dat een klap op de boom heeft. Wankelt hij al of trilt hij alleen nog maar.
Als jij denkt dat de boom kritisch staat, roep dan ONDERUIT en geef de laatste klap. Doe 2 passen opzij (dwars op de valrichting) en kijk wat er gebeurd. Heb je misgerekend en moet de boom nog een klap hebben, vergeet dan niet om opnieuw ONDERUIT te roepen VOOR je de klap geeft.

Het omhakken van een dunnere boom

Dit gaat in principe op dezelfde manier. Je hakt eerst een "V" laag bij de grond aan de valzijde, tot net over de helft. Daarna roep je ONDERUIT en geeft aan de andere kant een harde splijtklap.

Het omhakken van dunne bomen

Dunne bomen (tot c.a. 7 cm diameter) kan je met een felle splijtklap omhakken. De klap geeft je aan de valzijde.

Veel gemaakte fouten

De eerste is dat is dat mensen een boom helemaal rondom in hakken zodat hij min of meer op een puntje in het midden komt te staan. We noemen dit "beveren". Het grote gevaar hiervan is dat je nooit weet welke kant de boom heen gaat vallen. Hij kan namelijk ook naar een kant vallen die je niet verwacht.

Een andere veel gemaakte fout is dat men te hoog begint met het hakken of zagen. Dat betekent dat er een hoge, lelijke, stomp overblijft. Nog los van het feit dat zoiets geen gezicht is, je kan je er 's avonds in het bos behoorlijk aan verwonden.

Uit de broek hakken (rooien)

Als je geen boomstompen wil of mag achterlaten dan moet je de boom "uit de broek hakken" of "rooien". Hierbij haal je de hele boom uit de grond, alleen de wortels blijven achter.
Je kan dit met de hele boom doen maar als dat problematisch is en je de boom eerst gedeeltelijk moet aftoppen, dan moet je er voor zorgen dat een behoorlijk gedeelte van de stam overeind blijft. Doe je dat niet dan heb je geen hefboom om de wortelkluit uit de grond te trekken.
Je begint met de valrichting te bepalen. Daarna ga je rondom de boom een kuil graven. Alle wortels die je onderweg tegenkomt hak je (met een ruimte van 20 a 40 cm) aan weerzijden door.
Dit doe je met alle wortels BEHALVE twee hoofdwortels die ter weerzijden dwars op de valrichting staan (de scharnierwortels)
Als alle wortels zijn doorgehakt ga je aan de boomstam trekken en duwen en je kijkt goed naar de grond om te zien of er nog wortels over zijn. Bij sommige bomen is er ook nog een penwortel. Deze wortel gaat onder de stam recht naar beneden. Ook die moet je dan vrij zien te graven en door zien te hakken.
Uiteindelijk kan je dan de hele boom uit de grond krijgen en kan je het gat weer vullen.

Het uit de broek hakken is een mooie manier, hij is alleen erg vermoeiend en tijdrovend.

 

 

Ter beschikking gesteld door Peter van Eijnsbergen - Calandtroep Rotterdam

HAKKEN: VELMETHODES

-------------------------