Handgreep 1: Een op de kaart uitgezette richting overnemen op het kompas

Leg de kaart voor je neer. Je wilt van de ene plek op de kaart: punt A, naar de andere: punt B. Je wilt weten welke koers je moet aanhouden om daar te komen. Je doet dat met behulp van het kompas op de kaart.
Leg het kompas langs de denkbeeldige lijn tussen de twee punten. Als ze erg ver uit elkaar liggen en je een kopie van de kaart gebruikt kun je een dunne potloodlijn trekken.
Het kompas ligt nu op de kaart, zodat bij een vizierkompas de viziergroef met het afleespunt, of bij een kaartkompas de pijl op het kompashuis naar punt B wijst. Dit is altijd de kant van het kompas tegenover het deel, waar het koordje aan vast zit.

Draai vervolgens de kompasring zo dat de noord-zuid lijnen op de kompasring in dezelfde richting wijzen als de noord-zuid lijnen op de kaart. Het noorden van de kompasroos wijst dan naar het kaartnoorden.
Bij het afleespunt (het pijltje binnen in de ring) lees je nu de richting van A naar B af. Het kompas is klaar om in het terrein gebruikt te worden.
Het valt je misschien op dat bij deze handgreep dus niets doet met de naald van het kompas. Dat komt pas hierna als je met deze koers wil gaan lopen.

Als je goed kijkt naar het tweede plaatje rechts zie je dat we de kompasring nog een klein beetje tegen de klok in moeten draaien om de lijn op het kompas parallel te kruigen met die op de kaart.

Handgreep 2: Een op het kompas ingestelde richting uitzetten in het terrein

Deze greep gebruik je als je gaat lopen op een koers die je net via handgreep 1 hebt gekregen of die door je leiding in een hike is verwerkt. Stel je moet van je leiding naar 210°. Je stelt de opgegeven richting in op het kompas. Hou er daarmee rekening dat op de ring van een kompas vaak de laatste nul weg wordt gelaten om ruimte te sparen. 210° is in dat geval bij de 21. Aangezien je weet dat er in totaal 360° zijn maak je vast geen vergissingen.
Daarna hang je het koordje van het kompas om je nek. Het kompas hou je met gestrekte arm recht voor je uit, zodat het koordje strak komt te staan. Je blijft nu op dezelfde plek staan, maar draait om je as. Je blijft het kompas strak voor je houden tot de noordkant van de kompasnaald precies naar het noorden van de kompasroos wijst (de 0° op de roos). Bij kompassen waar twee lichtgevende streepjes bij het noorden van de kompasroos staan, staat de naald dan precies tussen die twee streepjes. Dit heet het laten inspelen van de kompasnaald.

Bij kompassen met een spiegel kun je in die (uitgeklapte) spiegel het inspelen van de naald volgen, terwijl je het kompas horizontaal voor je uit blijft houden. Bij kompassen zonder spiegel zul je van tijd tot tijd even op het kompas moeten kijken om te zien of de naald al ingespeeld is. Je kunt ook iemand anders dat laten doen, terwijl jij zelf het kompas horizontaal voor je uit blijft houden. Let er bij het inspelen op dat je het kompas goed horizontaal blijft houden. Als je dat niet doet kan de naald stil komen te staan en kun je vergissingen maken. Let ook goed op grote metalen voorwerpen of magneten in de buurt die je kompasnaald van slag kunnen brengen. Vergeet daarbij ook vooral niet de hoogspanningskabels die misschien hoog boven je hoofd hangen.

Als de naald ingespeeld is, wil dat zeggen dat het vizier of de pijl op het kompas precies in de richting wijst die ingesteld staat bij het afleespunt. Door het vizier of langs de pijl zie je in de verte het gezochte punt liggen.

Wanneer je het punt niet meteen kunt zien, bijvoorbeeld omdat het ver weg ligt of omdat je midden in een bos zit, neem je een duidelijk herkenbaar punt in dezelfde richting in je op en gaat daar naartoe. Door dit steeds opnieuw te doen kom je vanzelf bij het punt uit. Je loopt dan volledig op kompas. Zijn er niet van zulke herkenbare punten te vinden, stuur dan iemand vooruit die op jouw aanwijzingen precies in de goede richting gaat staan. Hij of zij doet dan dienst als herkenningspunt. Je moet bij dit alles wel de afstand tot het gezochte punt weten. Je weet dat door passen te tellen; een pas is ongeveer 3/4 meter, 100 meter is ongeveer 130 passen. Wanneer je ongeveer bij punt B moet zijn, ga je dus goed om je heen kijken.

Handgreep 3: Een richting in het terrein op het kompas instellen

Dit is de omgekeerde handgreep van handgreep 2. Je staat op het punt A en wilt weten in welke richting je de kerktoren in de verte ziet liggen. Je gaat daarvoor de richting van de kerktoren 'schieten'. Hou het kompas aan het koordje voor je uit en kijk door het vizier of langs de pijl naar punt de toren.

Draai de kompasring zo, dat de kompasnaald inspeelt. De noordkant van de naald komt daardoor bij de 0° (noorden) en, als die op het kompas zitten, tussen de twee streepjes. Bij het afleespunt lees je daarna af in welke richting de kertoren ligt. Het is de kompaskoers (of kompasstand of vlieglijn) van jouw positie naar de kerktoren. Deze 3e handgreep wordt wel het kompasschieten genoemd.

Handgreep 4: Een op het kompas ingestelde richting overbrengen op de kaart

Deze handgreep is de omgekeerde van de eerste handgreep. Je wilt een richting die je op het kompas hebt ingesteld overbrengen of 'uitzetten' op de kaart.

Je legt de kaart voor je en zoekt punt A op. Het is handig om de kaart eerst te orienteren (naar het noorden te leggen). Leg het kompas op de kaart met een van de lange kanten tegen punt A aan. Bij een Recta kompas schuif je bovendien het spiegeltje terug in het doosje, zodat je door de kompasring heen de kaart kunt zien. Heeft het kompas een deksel, klap het dan open.

Draai het HELE kompas zo dat de noord-zuid lijnen op de kompasring in dezelfde richting wijzen als de noord-zuid lijnen op de kaart. Het noorden van de kompasroos wijst dan naar het kaartnoorden. De kant van het kompas waar bij een vizierkompas het vizier zit of bij een kaartkompas de pijl op het kompashuis naar toe wijst, wijst nu precies in de richting van punt B. Als je bovendien nog weet hoe ver punt B van punt A ligt, kun je met behulp van de schaal berekenen hoeveel centimeter dat op de kaart is. Leg een liniaal langs het kompas en pas dat aantal centimeters erop af. Je komt uit bij punt B. De richting die je op de kaart uitgezet hebt is de kaarthoek van A naar B.

LET OP: Na het instellen van het kompas kom je bij deze vierde handgreep dus NIET meer aan de kompasring. Je hoeft ook NIET op de kompasnaald te letten.

Handgreep 5: Hindernissen in het terrein omzeilen

Het kan voorkomen dat je bij het op kompas lopen een hindernis in het terrein tegenkomt waar je niet doorheen kunt. Je moet die hindernis omzeilen. Voorbeelden zijn vennen, meertjes, stukken dicht sparrenbos of een groot industrieterrein. Je wilt én om die hindernis heen én uiteindelijk toch geen meter van je kompaskoers afwijken.

Een voorbeeld: Je loopt op kompas een koers van 90° en je komt een ven tegen waar je omheen zult moeten lopen. Je staat dan op punt A. Zonder aan de kompasring te komen draai je nu het hele kompas zo dat de naald niet zoals gewoonlijk inspeelt op het noorden van de kompasroos, maar op een richting daar precies 45° westelijk van, dus het noordwesten of 315°. Bij een aantal kompassen, zoals de Recta vizierkompassen, staan daar twee lichtgevende puntjes op de kompasring. Je zorgt dat de naald daar precies tussen komt te staan.

Deze nieuwe koers volg je totdat je het ven helemaal links van je hebt en je op punt B staat. Daarbij tel je nauwkeurig het aantal passen van A naar B.

Op punt B laat je de naald weer normaal op het noorden inspelen en volg je de oorspronkelijke koers totdat je voorbij het ven bent, op punt C.
Hier draai je opnieuw het hele kompas, maar nu zo dat de naald inspeelt op het noordoosten of 45°. Ook hier staan bij een aantal kompassen twee lichtgevende puntjes waar nu de naald tussen moet komen te staan.

Tot slot loop je precies hetzelfde aantal passen in deze richting van C naar D als je ook deed van A naar B. Je komt uit bij punt D, dat - als je alles nauwkeurig hebt gedaan - in het verlengde van punt A ligt. Je hebt nu het ven omzeild en kunt verder met je oorspronkelijke koers, zonder dat je daar door het ven van afgeweken bent.

 

Delen van deze instructies komen uit 'Hiken'. Een prima boek dat te koop is bij de ScoutShop. Zeker een aanrader!

KOMPAS HANDGREPEN

-------------------------