Afkortingenquiz

Dit lijkt op de woordenboekquiz, alleen gaat het nu omgekeerd. De spelleider noemt een afkorting en het team dat als eerste de afkorting kan verklaren krijgt een punt. Je kunt natuurlijk ook een jury samenstellen, in dat geval gaat het erom welk team de meest originele verklaring geeft.

Benodigdheden:
- Een woordenboek

 

Armworstelen

Twee spelers gaan gestrekt op de grond liggen met hun hoofden naar elkaar toe. Ze drukken zich nu op met hun armen. Ze moeten nu proberen elkaars polsen weg te trekken. Wie verliest als eerste zijn evenwicht.

Benodigdheden:
Geen

 

Baas en knecht

Twee spelers zitten tegenover elkaar in een stoel met een boek in hun handen. De ene speler is de baas en de andere de knecht. De baas maakt een aantal bewegingen en de ongehoorzame knecht doet precies het tegenovergestelde (boek open - boek dicht Gaan staan - zitten enz). Als de knecht 10 keer het tegenovergestelde kan doen dan wordt hij de nieuwe baas. Zoniet, dan blijft hij de knecht (of iemand anders mag het proberen).

Benodigdheden:
- 2 stoelen
- 1 boek

 

Ballondansen

Alle spelers binden met een stuk touw een ballon vast aan hun rechtervoet. Terwijl de muziek speelt, dansen de spelers in het rond en proberen de ballonnen van de andere dansers stuk te trappen en hun eigen balonnen goed te beschermen. Elke speler die na het stoppen van de muziek nog een hele ballon heeft krijgt een punt.

Benodigdheden:
- Balonnnen
- Touw
- Muziek

 

Beschrijvingsquiz

Dit is een leuk programma voor een verregende opkomst van de wat oudere speltakken. Elke deelnemer speelt in zijn/haar eentje. De eerste deelnemer pakt een woordenboek (Nederlands of een andere taal) en zoekt een moeilijk woord uit. Alle andere deelnemers hebben pen en papier gekregen. Ze schrijven nu allemaal het woord op met daarachter een verklaring van dat woord. Deze verklaring hoeft niet juist te zijn, als hij maar aannemelijk klinkt. Degene die het woord heeft uitgezocht schrijft op zijn/haar blaadje de werkelijke betekenis. Als iedereen wat heeft opgeschreven neemt de spelleider alle blaadjes in en leest ze een voor een op. Als alle blaadjes voorbij zijn gekomen kiest iedereen een uitleg die volgens hem de juiste is. Hebben ze de goede verklaring gekozen, dan verdienen ze twee punten. Heeft iemand een foute verklaring gekozen, dan krijgt degene die die verklaring heeft bedacht een punt per persoon die voor zijn verklaring heeft gekozen. Als alle punten zijn opgeschreven krijgt iemand anders het woordenboek en begint alles opnieuw.

Benodigdheden:
- Een woordenboek
- Pen en papier voor elke speler

 

Blind schrijven

Een speler gaat geblinddoekt aan een tafel zitten. Een andere speler gaat achter hem staan en pakt zijn hand. Met in die hand een pen schrijft hij iets op het papier. Als de eerste speler kan raden welk woord hij heeft geschreven dan draaien de rollen om. Anders moet hij het nog eens proberen.

Benodigdheden:
- Een blinddoek
- Pen en papier

 

Blinde detective

En speler draagt een blindoek. Van de rest van de groep ruilen er 2 iets met elkaar. De speler doet zijn blindoek af en moet nu raden wat er is veranderd. Hoe lang duurt het hem?

Benodigdheden:
- Blindoek

 

Breinbreker

Dit spel lijkt op Mastermind en Lingo. Een speler schrijft voor de andere speler onzichtbaar een woord van 4 letters op. De andere speler doet nu een gok naar het woord door zelf een woord op te schrijven. De eerste speler zegt vervolgens hoeveel van de letters op de goede plaats staan en hoeveel van de letters wel in het woord voorkomen, maar dan op een andere plaats. Elke keer als de tweede speler een nieuw woord opschrijft om zo het verborgen woord te vinden, krijgt hij een strafpunt. Is het woord geraden of is het na 15 keer nog niet geraden, dan wisselen de rollen. Doet de andere speler het beter?

Benodigdheden:
- 2 vellen papier
- Een potlood of pen

 

Briefjesspeurtocht

Ergens in het clubhuis verstopt de leiding een schat. De spelers krijgen een briefje met daarop een raadsel of een aanwijzing waar ze een volgend briefje kunnen vinden. Bijvoorbeeld: 'Loop 3 keer om het clubhuis en kijk uit dat je niet nat wordt.' Het volgende briefje zou dan bijvoorbeeld in een emmer zitten die buiten hangt. Na een speurtocht langs verschillende briefjes en opdrachten wordt de schat gevonden.

Benodigdheden:
- Briefjes met opdrachten en aanwijzingen
- Een 'schat'

 

De sterke stoel

Dit spel gaat hetzelfde als stoelendans, met maar 1 verschil: er valt niemand af. Als de muziek stopt dan ga je zo snel mogelijk zitten. Is er geen plaats meer? Dan ga je bij iemand op schoot. Vervolgens begint de muziek weer te spelen en wordt er een stoel weggezet. Uiteindelijk zit iedereen bij elkaar op schoot, op dezelfde stoel.

Benodigdheden:
- Net zoveel stoelen als deelnemers

 

Dichtrace

Maak een dertigtal kaartjes met twee woorden die rijmen. Elke speler krijgt drie kaartjes. Wie maakt me de woorden het leukste gedicht?

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Dierenspel

Voor dit spel heb je een stapeltje kaarten met de afbeeldingen van dieren nodig. Elk dier moet een paar keer op de kaarten voorkomen. Elk kind krijgt een kaart, maar ze mogen de voorkant met het dier nog niet bekijken. Als iedereen een kaart heeft mogen ze worden omgedraaid. Iedereen maakt dan het geluid van het dier dat op die kaart staat en moet al rondlopend de andere kinderen vinden die het zelfde dier hebben.

Benodigdheden:
- Kaarten met dieren

 

Dweilhockey

Het woord zegt het eigenlijk al: dit is hockey met een dweil. Dit spel moet binnen worden gespeeld op een gladde vloer en is dus erg geschikt voor een verregende opkomst. Het enige wat je ervoor nodig hebt zijn twee bezems/zemen of iets wat daar in de buurt komt, een dweil en twee doelen (paaltjes, gekanteldetafels, een muur). Het spel wordt gespeeld met twee spelers. Zodra een van de twee heeft gescoord gaat de verliezer er uit en komt er een nieuwe speler in het veld. Het eigenlijke spel gaat zo: Beide spelers gaan met hun hakken tegen hun eigen doel staan. Beide hebben ze hun bezem/zeem in hun hand. De spelleider gooit de dweil in het midden van het veld en op het moment dat hij de grond raakt mogen de spelers loskomen van hun doel. Ze moeten proberen om met schijnbewegingen en snel schuiven de dweil met de bezem tegen het doel van de tegenstander te drukken. Om ongelukken te voorkomen en om je bezem een beetje heel te houden kun je afspreken dat de bezem niet van de grond mag komen.

Benodigdheden:
- Gladde vloer
- Twee doelen (muren/tafels)
- Twee bezems o.i.d.

 

Een minuut zingen

Iemand begint te zingen, terwijl een ander op zijn horloge klokt hoe lang er wordt gezongen. De zanger moet proberen om precies na een minuut te stoppen met zingen. Wie komt het dichtst bij de minuut?

Benodigdheden:
- Een horloge of stopwatch

 

Elastiekspelletje

Sla langs de rand van een houten schijf van ongeveer 10 cm doorsnee op gelijke afstand van elkaar 10 kleine spijkertjes. Doe om de cirkel van spijkers een elastiekje. De spelers halen nu om beurten het elastiekje van een spijker of doen het er juist omheen. Wie als eerste een driehoek kan vormen is de winnaar.

Benodigdheden:
- Een schijf
- Spijkers
- Elastiekje

 

Filmavond

Een leuk programma voor een winteravond is een filmmarathon. Met introducees, hapjes en drankjes heb je al gauw een gezellige avond.

Benodigdheden:
- Films
- Apparatuur

 

Geluidenquiz

Neem van tevoren op een bandje op met een aantal geluidseffecten. In de bibliotheek hebben ze vaak wel cd's met deze effecten. De kinderen moeten proberen te raden wat het geluid is dat ze horen. Varieer een beetje in moeilijkheid, van bijvoorbeeld een blaffende hond tot de sonar van een onderzeeer.

Een moeilijker variant is om de eerste maat/maten van een bekend muziekstuk te draaien en dan te moeten raden welk nummer het is.

Benodigdheden:
- Een bandje met geluidseffecten

 

Gezegden raden

Alle spelers kijken naar de spelleider. De spelleider beeldt zonder geluid te maken een gezegde uit. De speler die raadt welk gezegde het is krijgt van de spelleider een kaartje met het volgende gezegde dat hij mag uitbeelden. Telkens is degene die het gezegde als eerste raadde aan de beurt om uit te beelden.

Benodigdheden:
- Kaartjes met gezegden

 

Groeiende woorden

Schrijf een kort woord op een blaadje. Geef het blaadje door aan de volgende speler die van de letters van het woord een nieuw woord maakt door er een letter aan toe te voegen. Het papiertje gaat rond tot er iemand geen woord meer kan maken. Wie het langste woord maakt krijgt voor elke letter uit dat woord een punt. Voorbeeldje: bes bies blies enz.

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Halfspreekwoorden

De spelleider zegt de helft van een spreekwoord. Kan de spelleider de tweede helft noemen dan is hij nu de spelleider. Kan hij dat niet, dan krijgt hij een strafpunt en is iemand anders aan de beurt.

Benodigdheden:
Geen

 

Hihi

De spelers zitten in een kring. De eerste zegt 'hi'. De tweede zegt 'hihi'. Elke volgende speler zegt 1 keer meer 'hi' dan zijn voorganger. Wie zegt er als eerste niet het goede aantal hi's, of wie begint er als eerste te lachen? De andere spelers mogen proberen de speler aan het lachen te krijgen.

Benodigdheden:
Geen

 

Ik ga op reis en ik neem mee...

De eerste speler zegt: 'Ik ga op reis en ik neem mee:...' en noemt vervolgens een voorwerp. De volgende in de rij zegt ook:'Ik ga op reis en ik neem mee:' en noemt vervolgens het eerder genoemde voorwerp en voegt er zelf aan het eind eentje aan toe. Dit gaat net zo lang door tot iedereen aan de beurt is geweest. Als iemand niet de hele lijst met voorwerpen van zijn voorgangers kan opnoemen is hij af en is de volgende aan de beurt.

Benodigdheden:
- Pen en papier (om mee te schrijven)

 

Kaartgooien

Beide spelers krijgen evenveel kaarten. Er wordt een kaart vlakbij een muur gelegd. De spelers gaan ongeveer twee meter van de muur staan en gooien om de beurt een kaart tegen de muur. Als de kaart met de beeldzijde omhoog valt dan mag de speler alle kaarten die tegen de muur liggen hebben. Ligt de kaart met de beeldzijde omlaag dan moet hij blijven liggen. Dit spel gaat door tot de tegenspeler geen kaarten meer heeft.

Benodigdheden:
- Speelkaarten
- Een muur

 

Kamerbasket

De basket is een emmer die aan een kant van de kamer op de vloer staat. De basketbal is een pittenzakje of een zacht balletje. De bedoeling is om in zo weinig mogelijk beurten 5 keer (of een ander aantal) het pittenzakje in de emmer te gooien. Je kunt hier een echte basketballcompetitie van maken!

Benodigdheden:
- Een emmer
- Pittenzakjes of zachte balletjes

 

Kamerbasketbal

Aan n kant van de kamer staat een emmer. De spelers moeten vanaf de andere kant van de kamer proberen een pittenzakje of een schuimbal in de emmer te gooien. Wie heeft het minst aantal worpen nodig?

Benodigdheden:
- Een emmer
- Een pittenzakje (meer is handig) of een schuimbal

 

Klinkerspel

De spelleider noemt een klinker, bijvoorbeeld de 'e'. Om de beurt noemen de spelers een woord waar maar n keer de letter 'e' in voorkomt EN geen andere klinkers (bijv. wet, zet, met enz.). Als een speler geen woord meer weet dan is hij af en gaat het spel door, maar nu met woorden met twee e's.

Benodigdheden:
Geen

 

Knikkers tellen

Dit spel speel je met 2 of tot 4 spelers tegelijk. Elke speler krijgt 10 speelkaarten (de aas tot de 10). Midden op de tafel staat een bak met knikkers. Na het startsein leggen alle spelers 1 knikker op de aas, 2 knikkers op de 2, 3 knikkers op de 3 enz. Welke speler heeft als eerste 10 knikkers op de 10 liggen, zonder dat er een knikker wegrolt?

Benodigdheden:
- Een bak met knikkers
- Een pak kaarten

 

Knock your socks off

Dit is een leuk spel om tijdens een regenachtig kamp in de slaapzaal te doen. Voor een normale opkomst is het wellicht minder geschikt omdat je achteraf wel eens klachten zou kunnen krijgen over de sokken. Alle deelnemers gaan op de grond zitten. Het is de bedoeling om je sokken aan te houden en tegelijkertijd te proberen om de sokken van de anderen uit te doen. Iemand die beide sokken kwijt is is af. Degene die als laatste nog een sok aan heeft is de winnaar.

Benodigdheden:
- Iedere speler twee sokken

 

Knoopspel

Alle spelers lopen kris-kras door elkaar. Op een teken pakt iedereen een hand van iemand die in de buurt staat. Iedereen moet met beide handen een ander vasthouden. Zo ontstaat er een verwarde ketting. Ergens onderbreekt de spelleider de ketting. Degene waar de ketting wordt doorbroken is de ontknoper. Deze ontknoper moet zonder handen los te maken de keten zien te ontwarren.

Benodigdheden:
Geen

 

Knopen rapen

Leg twee soorten knopen door elkaar op tafel, bijvoorbeeld 10 witten en 10 zwarte knopen. De speler neemt een rode knoop in zijn handen en gooit hem op. Zolang de knoop in de lucht is moet hij zoveel mogelijk witte knopen van tafel pakken. Hij moet natuurlijk de rode knoop wel weer vangen anders krijgt hij geen punten. Elke witte knoop die hij pakt levert een punt op. Pakt hij per ongeluk een zwarte dan kost dat twee strafpunten.

Benodigdheden:
- Knopen in verschillende knopen

 

Kokosnootroof

Alle kinderen zitten in een kring. Een van hen is de aap en wordt weggestuurd. In het midden van de kring ligt een kokosnoot (een bal). Als de aap er niet meer bij is wordt er een jager aangewezen. De aap wordt weer teruggehaald. Zodra hij de kring binnen stapt om de kokosnoot te stelen mag de jager opstaan om de aap te tikken. Wie is er sneller, de jager of de aap?

Benodigdheden:
- Een bal

 

Krantenkoppen

De spelleider verknipt een aantal krantekoppen. De spelers proberen weer samen te stellen. Voor elke juiste kop krijgen ze een punt.

Benodigdheden:
- Kranten
- Schaar

 

Kruiswoordduel

Alle spelers krijgen of maken op een papiertje een veld van 5 bij 5 vakjes. Om de beurt noemen de spelers een letter. Alle spelers moeten die letter dan in een vakje op hun eigen blaadje zetten. Als er 25 letters zijn genoemd wordt er gekeken wie met de letters de meeste woorden heeft gemaakt. Elke letter die gebruikt is in een woord geeft 1 punt. Is een letter meerdere keren gebruikt dan krijgt de speler een punt voor elk woord waar de letter in is gebruikt.

Benodigdheden:
- Een papiertje voor elke speler
- Een pen of potlood voor elke speler

 

Limbo

Twee personen houden een lat op de zelfde hoogte vast. Alle deelnemers staan in een rij voor de stok. Ze moeten door hun knieen te buigen en achterover te leunen onder de stok door lopen zonder dat ze deze aanraken. Raakt iemand de stok aan dan ligt hij er uit. Is iedereen aan de beurt geweest, dan gaat de stok een paar centimeter naar beneden. Dit is een leuk spel voor alle leeftijden. Het gaat het best als je er opzwepende muziek bij aan hebt staan.

Benodigdheden:
- Een stok
- Muziek

 

Muizenvang

Alle spelers zitten in een kring met hun benen vooruit. En speler verlaat de kamer, hij moet straks een muis (balletje) vangen. In de kring loopt het muisje onder de benen door. Plotseling komt de muizenvanger binnen. De speler die op dat moment de muis onder zijn benen heeft, probeert die daar zo onopvallend mogelijk te laten liggen. De muizenvanger moet, alleen maar door te kijken, raden waar de muis verstopt zit. Als hij het raadt, wordt iemand anders muizenvanger. Anders moet hij opnieuw de kamper verlaten.

Benodigdheden:
- Een balletje

 

Op reis

Alle spelers krijgen de naam van een land en stellen zich op in een kring. En speler staat geblindoekt in het midden. De spelleider zegt: "Ik ga op reis van Nederland naar Spanje". De spelers met die namen wisselen nu zo stil mogelijk van plaats. De geblindoekte speler moet ze proberen te tikken. Wie getikt wordt krijgt de blindoek.

Benodigdheden:
Blindoek

 

Paardenrace


Met dank aan Corien Peters - Scouting St. Ansfridus Amersfoort

Dit spel is het leukste als je het speelt met ongeveer 20 kinderen.
Alle spelers zitten in een kring, op hun knien en als het even kan z dicht tegen elkaar aan dat de dijbenen elkaar raken. Klein kringetje dus. De bedoeling is dat je een race gaat racen, waarbij uiteindelijk iedereen de winnaar is (non-competatief dus).
Tijdens het spel mag er best een beetje lawaai gemaakt worden! Een staflid is de race-leider en zit ook in de kring.
Hij begint met: stap allemaal op je paard.... (iedereen blijft op zijn knien zitten maar doet alsof hij op een paard gaat zitten)
We lopen heel langzaam naar de start.... (dit doet iedereen door met zijn handen langzaam op zijn bovenbenen te slaan, het stappen van het paard)
We staan in de box, het aftellen begint.... 3, 2, 1...start! (hierbij gaat iedereen als een gek op zijn bovenbenen slaan om maar zo hard mogelijk te rennen...)
Om het parcours wat aangenamer te maken dan alleen rechtdoor zijn er een aantal variaties mogelijk:
- bocht naar rechts (iedereen leunt naar rechts)
- bocht naar links (idem, leunen naar links)
- hindernis (iedereen veert op en gooit zijn armen in de lucht en zegt 'Hoooo')
- waterbak (iedereen veert op en maakt een brrr geluid door met zijn wijsvinger langs zijn lippen te gaan)
- publiek aan de linkerkant (iedereen veert op en zwaait naar links)
- publiek aan de rechterkant (idem, zwaaien naar rechts)
- hoog publiek (dat is de koningin, opveren, hand op het hart en de eerste regel van het wilhelmus zingen)
- Ankie van Grunsven (iedereen veert op en doet alsof hij dressuur rijdt)
- scheerlijn (iedereen haalt zijn wijsvinger langs zijn nek en maakt een geluid alsof je nek geraakt wordt door de scheerlijn)

Het is de bedoeling dat deze bewegingen allemaal achter elkaar in de race voorkomen (natuurlijk niet per s in deze volgorde). Ze zijn ook bij elkaar te voegen (bijv. dubbele hindernis met waterbak)
Wat belangrijk is: iedereen moet blijven 'rennen' tijdens en na de bewegingen... Op een gegeven moment komt de finish natuurlijk in zicht! Het laatste stukje heel hard rennen, daar is de finish, gewonnen! (juichen!) Er is vuurwerk (iedereen maakt een soort fluitgeluid en doet vuurwerk na met zijn handen) Daarna rust.

Benodigdheden:
Geen

 

Pingpongbikkelen

Op tafel liggen tien steentjes. De eerste speler gooit met een hand een pingpongballetje de lucht in. Terwijl het balletje in de lucht is pakt hij met dezelfde hand een steentje. Hij vangt de pingpongbal. Vervolgens gooit hij nog een keer en pakt nu twee steentjes en vangt de bal. Zo pakt hij steeds een steentje meer, totdat hij alle steentjes heeft of een steentje laat vallen. De speler die de meeste steentjes kan pakken wint.

Benodigdheden:
- 10 steentjes
- 1 pingpongbal

 

PIT (ook wel ruil-schreeuw-spel)


Met dank aan Brechje Koster - Scouting Ginneken Breda

In de originele vorm speel je dit spel met 6 personen, maar je kan dit aantal ook uitbreiden of inkrimpen. Per persoon heb je een serie kaartjes nodig (8 stuks) op 1 serie kaartje staan dezelfde nummers.
Je schudt de kaartjes en deelt ze uit (elke speler moet 8 kaartjes hebben). Verder heb je twee jokers, eentje waarop min staat en eentje waarop plus/min staat. Deze jokers worden mee uitgedeeld (er zijn dus twee spelers die 9 kaartjes hebben) het is de bedoeling dat je een serie bij elkaar spaart. Om een serie te krijgen zul je je kaartjes moeten gaan ruilen met je medespelers.
Er is echter 1 moeilijkheidje; je moet minimaal 2 en maximaal 8 kaartjes ruilen, en de kaartjes die je ruilt moeten hetzelfde zijn. Diegene met wie je ruilt mag jouw kaartjes pas zien als hij/zij ze heeft geruild. Je ruilt dus met de "rug" naar boven. Het leuke is dat iedereen door elkaar gaat ruilen, dus niet afwachten, maar gewoon roepen: "ik wil zoveel kaartjes ruilen..."(je ruilt wel altijd hetzelfde aantal kaartjes tegen hetzelfde aantal) Het kan dus zijn dat je na het uitdelen maar 1 keer 2 dezelfde kaartje hebt, dan zul je die moeten gaan ruilen en toch een andere serie moeten gaan sparen. De twee jokers mag je ook ruilen, die kan je in combinatie met elkaar of met een kaartje waarvan je er maar 1 hebt ruilen (zo raak je die "eenlingen"ook weer kwijt) Je mag niet een joker met twee verschillende kaartje ruilen, een joker met twee of meer dezelfde mag weer wel.
Wie als eerste een serie van 8 dezelfde heeft, of van 7 dezelfde plus de joker +/- heeft gewonnen. De andere hebben allemaal 0 punten. Diegene met de "min-joker"heeft min 10 punten en als iemand anders dan de winnaar de andere joker op het einde in zijn bezit heeft, heeft diegene ook min 10 punten. De winnaar krijgt 10 punten.

Benodigdheden:
- Voor iedere speler een serie dezelfde genummerde kaartjes bestaande uit 8 kaartjes
- 2 jokers

 

Pittenzak petanque

Elke speler krijgt een pittenzakje. Ze proberen allemaal zo dicht mogelijk bij het eerste zakje te gooien maar zonder hem te raken want dat levert een strafpunt op. De dichtstbij liggende krijgt een punt.

Benodigdheden:
- Pittenzakjes (makkelijk te maken van oude washandjes gevuld met zaadjes, bonen of rijst)

 

Ready steady COOK!


Met dank aan Maykel Kicken -Mission Impossible- Explorers Scouting Voerendaal

Wij hebben laatst bij de Explorers een kookopkomst gehouden. Bij de explorers.. ja. Het was niet zomaar een kookopkomst maar een kookopkomst in een speciale vorm. Van te voren kochten de rowans namelijk voor de sherpa's in en andersom. Juist ja; ready steady Cook! van de BBC.
Beide groepen kregen 3 kwartier om het eten te bereiden en het was de bedoeling dat ze alles zouden gebruiken. We hadden afgesproken dat we het een beetje redelijk zouden houden en dat we niet met voedingsmiddelen zouden komen aanzetten die totaal onbekend zijn.
Na het koken zetten we alles op een grote tafel en werd het begeyureerd (of hoe zeg je zoiets..) door de leiding. De prijs was een goud geverfde pollepel. De 'Explorers' (= beide groepen) wonnen....
Toen alles opgegeten en weer een leuke opkomst gehad. Dit programma heeft niet zo heel veel voorbereidingstijd nodig. Het is wel belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden. Heb je wat langer de tijd dan kun je er misschien een plaatselijke filmploeg bij vragen en het HK in een TV-studio veranderen. Wijs iemand aan als presentator, bootst de BBC na en heb de grootste humor tijdens het koken. (ook leuk om terug te zien, trouwens)

Benodigdheden:
- Ingredinten
- Kookgerei

 

Rechtop is troef

Alle spelers krijgen evenveel bierviltjes. Om beurten gooien ze een viltje naar de muur. Blijft een viltje rechtop tegen de muur staan dan krijt die speler alle viltjes die op de grond liggen. Het spel stopt als er een speler is zonder viltjes. De andere spelers kijken dan wie er de meeste heeft.

Benodigdheden:
Bierviltjes

 

Rijmkunst

Leuk spelletje in de donkere dagen voor Sinterklaas. Uit een tijdschrift wordt een willekeurig woord gehaald. Elke speler bedenkt zoveel mogelijk woorden die er op rijmen. Wie bedenkt de meeste?

Benodigdheden:
- Een tijdschrift
- Pen
- Papier

 

Schudden maar!

Twee spelers gaan naast elkaar staan en steken een geldstuk onder hun kraag. De bedoeling is als eerste het geldstuk los te schudden zodat het op de grond valt. De handen mogen daarbij niet gebruikt worden. Schudden dus maar!
Dit spel kun je ook als estafette spelen.

Benodigdheden:
- Munten

 

Slapende zeerover

Iedereen zit in een grote kring. In het midden zit een geblindoekte speler naast een bal of een knots o.i.d. De spelers in de kring moeten proberen de bal bij de geblindoekte speler weg te pakken zonder te worden getikt. Als dat lukt dan wordt die speler de geblindoekte. Tijdens het spel blijft iedereen zitten (je schuift dus over de grond).

Benodigdheden:
- Een bal of een ander voorwerp om te verdedigen

 

Snoepjespad

Zet een bord met snoepjes klaar. Schud de kaarten en leg ze met de beeldzijde naar boven in een lange slinger op de grond. Alle spelers zetten hun pion op de eerste kaart van de slinger. De bedoeling is net als bij ganzebord om als eerste het andere eind van de slinger te bereiken. Onderweg verzamel je zo veel mogelijk snoepjes. Gooi met de dobbelsteen en ga het aantal vakjes vooruit dat je hebt gegooid. Op sommige kaarten moet je letten:
- boer, dame of heer: je mag een snoepje pakken. Eet het nog niet op want misschien moet je het weer terug leggen.
- aas: leg een snoepje terug. Wie nog geen snoepje heeft, moet een beurt overslaan.
- 3: ga 3 stappen vooruit
- 5: ga 5 stappen terug
De speler die als eerste aan het eind van de slinger is en minstens 1 snoepje heeft, wint.

Benodigdheden:
- Een kaartspel
- Een bord met snoepjes
- Pionnen

 

Spaghetti knopen

Zelf heb ik dit nog nooit gedaan, maar het schijnt wel leuk te zijn. Je kookt een pak spaghetti tot de spaghetti heel zacht is. Vervolgens doe je een wedstrijdje wie het lukt om een knoop te leggen in een sliertje. Het lijkt mij een actieviteit die je alleen met de stam 's avonds laat doet als je heel melig bent, maar ik kan me vergissen. Als je dit wel eens hebt gedaan en ons er meer over kan vertellen, dan kun je dat mailen naar scoutfiles@scoutquest.com

Benodigdheden:
- Spaghetti

 

Spelend spellen

De spelleider kiest een woord dat door de spelers moet worden gespeld. Dat wil zeggen dat ze voor elke letter van het woord een beroep moeten noemen. Voor 'vogel' zou dat dus bijvoorbeeld veerman organist geluidsman enqueteur en lasser kunnen zijn. Je kunt dit natuurlijk ook spelen met plaatsnamen, jongensnamen, automerken enz.

Benodigdheden:
Geen

 

Spelletjesdag

Ook dit is een goed winter/regenprogramma. In het clubhuis staan een aantal tafels (5?) met bordspelletjes. Iedereen doet elke spelletje een keer. Er zijn rondes van een kwartier, en net zoveel rondes als spelletjes (of een ronde meer zodat iedereen tussendoor een keer kan uitrusten. Aan het einde van elk spel worden de posities genoteerd (1e plaats, 2e enz.). Hiermee kan uiteindelijk de score worden berekend.

Benodigdheden:
- Spelletjes
- Scorelijstjes

 

Spelletjesdag

Ook dit is een goed winter/regenprogramma. In het clubhuis staan een aantal tafels (5?) met bordspelletjes. Iedereen doet elke spelletje een keer. Er zijn rondes van een kwartier, en net zoveel rondes als spelletjes (of een ronde meer zodat iedereen tussendoor een keer kan uitrusten. Aan het einde van elk spel worden de posities genoteerd (1e plaats, 2e enz.). Hiermee kan uiteindelijk de score worden berekend.

Benodigdheden:
- Spelletjes
- Scorelijstjes

 

Spreekwoorden raden

Iemand bedenkt een spreekwoord. Hij schrijft het op een papiertje of op een schoolbord, maar in plaats van letters schrijft hij puntjes (net als bij galgje). De spelers noemen om de beurt een letter. Als de letter in het spreekwoord voorkomt wordt hij op de goede plaats(en) bijgeschreven. Wie raad het spreekwoord?

Benodigdheden:
- Pen en papier (of krijt en een bord)

 

Spreekwoordenspel

Dit lijkt een beetje op het vroeger zo bekende advertentiespel. Iemand noemt de eerste helft van een spreekwoord of schrijft het op de linkerhelft van een blaadje. Iemand anders plakt er dan een tweede gedeelte aan vast. Je krijgt zo de gekste combinaties.

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Telefoongesprek

Twee spelers verlaten de kamer en spreken af welke rollen ze gaan spelen. Denk daarbij aan beroepen, zoals brandweerman of zangeres. Daarna komen ze weer terug in de kamer en voeren een telefoongesprek. Kan de groep raden welke rollen ze spelen?

Benodigdheden:
Geen

 

Telegraaf

Alle spelers zitten in een kring. Elke speler heeft zijn linker hand op de rechterknie van zijn linker buurman, en zijn rechterhand op de linkerknie van zijn rechterbuurman. Op deze manier haak je zeg maar bij elkaar in. Een leider in de kring begint met het signaal: hij geeft een klap op de knie van zijn buurman. Vervolgens klapt de hand die met de klok mee de volgende op rij is. Zo gaat het signaal de kring rond. Het signaal kan lastiger worden gemaakt door er twee te versturen, in dezelfde richting of tegen de klok in.

Benodigdheden:
Geen

 

Touwtje trek

Elke speler heeft een stuk touw met een kraal eraan. In het midden van de tafel ligt een bierviltje. Iedereen legt zijn kraal op het viltje en blijft het touw vasthouden. Een andere speler houdt een beker vast en gooit met een dobbelsteen. Als hij 1 of 6 gooit, zet hij de beker zo snel mogelijk op het viltje om de kralen te vangen. De anderen proberen op tijd hun kraal weg te trekken. Als er een ander getal wordt gegooid mogen de spelers hun kraal niet wegtrekken. Wie dat wel doet krijgt een strafpunt of is af.
Je kan dit spel ook in een grotere variant spelen met een houten plaat op de grond en een grote pannedeksel.

Benodigdheden:
- Beker
- Bierviltje
- Dobbelsteen
- Voor elke speler een touw met kraal

 

Verboden letter

De spelers zitten in een kring. Iemand heeft in zijn handen een balletje. Hij gooit het balletje op naar een anders speler en zegt: "De welpen hebben een hekel aan aaaa's. Waar gaan ze naartoe op kamp?" De speler die het balletje ving moet nu binnen een afgesproken tijd een plaats zonder een a noemen. Je kunt varieren door een andere letter te nemen of een andere richting in te slaan, zoals: "Peters vader houdt niet van rrrrr's, wat is zijn beroep". Das lastiger dan je denkt!

Benodigdheden:
- Een balletje of iets anders om over te gooien

 

Verboden letters

De spelleider noemt een verboden letter, bijvoorbeeld de 'o'. Dan zegt hij een zin waarin de letter een aantal keer voorkomt, zoals 'Broer loopt naar de dokter', Nu moeten de spelers elk voor zich deze zin herschrijven, maar zonder de verboden letter te gebruiken. In dit geval zou je bijvoorbeeld kunnen schrijven: 'Bert gaat naar de arts'. Iedereen die een goede zin kan bedenken, krijgt een punt.

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Verstopte woorden

De spelleider noemt een lang woord. De spelers moeten nu proberen met de letters van dat woord zoveel mogelijk andere woorden te maken.

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Verteluurtje

Een speler leest een verhaal voor op een neutrale toon. De spelleider vraagt plots om van stemming te veranderen. Bijvoorbeeld: 'wordt kwaad'. De speler moet nu gewoon doorgaan met voorlezen maar moet dat doen alsof hij heel kwaad is. Zo kun je hele grappige verhalen krijgen.

Benodigdheden:
- Een verhaal

 

Vervolgverhaal

Iedereen krijgt een velpapier en iets om mee te schrijven. De spelleider dicteert het begin van een zin en alle spelers mogen die zin zelf afmaken. Daarna vouwt iedereen zijn vel zo dat de zin wordt bedekt en geeft het door aan zijn buurman. Vervolgens dicteert de spelleider een tweede zin en ook die mag iedereen zelf afmaken. Zo gaat het een tijdje door, tot uiteindelijk iedereen een vel papier openvouwt en voorleest.

Benodigdheden:
- Net zoveel vellen papier als spelers
- Iets om mee te schrijven voor alle spelers

 

Voorwerpspel

In het midden van de kring liggen evenveel voorwerpen als er spelers zijn. Iedereen neemt een voorwerp in gedachten. Zodra het startsein wordt gegeven, gaat iedereen naar 'zijn' voorwerp. Wie helemaal alleen bij een voorwerp staat, krijgt een punt.

Benodigdheden:
- Verschillende voorwerpen

 

Wasknijperspel

Alle spelers staan in een kring met tussen hun tanden een wasknijper. Ze moeten een munt met hun wasknijpers zien door te geven. Wie de munt laat vallen is af. Je kan dit spel ook in teams spelen en er een race van maken.

Benodigdheden:
- Wasknijpers
- Een munt

 

Wassen beelden

Twee museumbewakers verlaten de kamers. De rest van de groep gaat als beelden in een bepaalde positie staan. En van de bewakers komt binnen en bekijkt de groep. Hij gaat weer weg en verteld bewakker twee hoe de beelden staan. Alle beelden gaan nu zitten en de tweede bewaker komt binnen. Lukt het hem om iedereen in de goede houding terug te zetten?

Benodigdheden:
Geen

 

Wat zou je doen.....?

Verdeel de spelers in twee ploegen. De spelers van de eerste ploeg schrijven ieder een zin op die begint met de woorden: 'Wat zou je doen als....?' De spelers van de andere ploeg schrijven ieder een antwoord op: 'Ik zou.....' De papiertjes worden in de twee dozen verzameld: een doos voor de vragen en een doos voor de antwoorden. Dan nemen de spelers om beurten uit elke doos een papiertje en lezen hardop op wat er staat.

Benodigdheden:
- Twee dozen of iets dergelijks
- Pen
- Papier

 

Wie ben ik?

De spelleider heeft een stapel kaartjes met daarop de namen van personen en voorwerpen. Iedere speler krijgt een kaartje op de rug gespeld. Door vragen aan anderen te stellen moet hij te weten komen wie of wat hij is. Je mag niet twee keer na elkaar aan dezelfde persoon een vraag stellen. Wie weet het als eerste?

Benodigdheden:
- Kaartjes met namen en voorwerpen
- Veiligheidsspelden

 

Woordbreien

De spelleider kiest vijf willekeurige woorden uit de krant. De spelers moeten een zo kort mogelijke, kloppende zin maken waar die vijf woorden in voorkomen. Wie maakt de gekste zinnen?

Benodigdheden:
- Een krant
- Pen
- Papier

 

Woordbrug

De spelleider geeft twee woorden. Elke speler probeert door steeds een letter te veranderen in het eerste woord in zo min mogelijk stappen naar het tweede woord te komen. De winnaar is degene die dat in het minste aantal stappen kan. Voorbeeldje: koud kous koos rots rats raas waas wars warm.

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Zangduo's

De spelleider maakt een aantal briefjes met titels van liedjes erop. Voor elk liedje maakt hij twee briefjes. Alle spelers komen een briefje halen en verspreiden zich in de kamer. Op een teken van de spelleider begint iedereen zijn liedje te zingen. En dan maar zoeken naar de andere helft van het duo.

Benodigdheden:
- Pen
- Papier

 

Zoek de bel

Iedereen gaat in een kring zitten met de rug naar het midden. Een van de kinderen wordt gekozen om in het midden te gaan zitten. Aan een van de kinderen wordt een kleine bel gegeven, die hij/zij moet doorgeven aan degene die naast hem/haar zit. Ze moeten de bel zo doorgeven dat hij niet te horen is. Dat mag niet worden gedaan door de klepel vast te houden. Degene die in het midden zit moet proberen te horen wie de bel vast heeft.

Benodigdheden:
- Een kleine bel

 

Zoek de dirigent

Als er iemand de kamer uit is gegaan wordt er in de groep een dirigent aangewezen. Hij beeldt uit hoe hij een instrument bespeelt en de hele groep doet hem na. De persoon die weg was gestuurd komt weer terug en probeert uit te vinden wie de dirigent is. Natuurlijk kan die ondertussen zo vaak wisselen van instrument als hij kan zonder betrapt te worden.

Benodigdheden:
Geen

 

Zoek mij

Alle spelers, behalve eentje, verlaten de kamer. Die ene verstopt een balletje in de kamer op een lastige, maar zichtbare plek. De rest van de spelers komt binnen en gaan ieder voor zich op zoek naar het balletje. Als een speler de bal heeft gezien dan gaat hij zitten. Hoe lang duurt het voordat iedereen zit? Degene die het balletje als eerste zag mag het nu verstoppen.

Benodigdheden:
- Een (pingpong)balletje

 

Zoek mij!

Alle spelers verlaten de kamer. En speler of de spelleider verstopt een pingpongballetje of een ander kleinvoorwerp op een zichtbare, maar niet al te opvallende plaats. De andere spelers komen terug in de kamer en gaan op zoek naar het voorwerp.
Wie het pingpongballetje heeft gezien, gaat op de grond zitten. Zo gaat het spel door tot alle spelers op de grond zitten. De speler die het voorwerp als eerste heeft gezien, mag een nieuwe verstopplaats zoeken.

Benodigdheden:
- Een pingpongballetje

 

BINNENSPELEN

-------------------------